Europa heeft G.E.N.T. nodig!

01 april 2018door Stijn V.

'Taalverscheidenheid bemoeilijkt het tot stand komen van een (h)echte Europese gemeenschap. Het project ‘G.E.N.T.’ is de ideale remedie!'

Zowel voor de Europese Commissie als voor de Vlaamse regering is kennis van vreemde talen een prioriteit. Toch leert de dagelijkse realiteit ons dat een degelijke kennis van één, laat staan meerdere, vreemde taal/talen niet vanzelfsprekend is. Wilfried De Coo, hoogleraar in Antwerpen en Provo (VS) en auteur van onder meer de lesmethodes Eventail en Vocapuces, stelde het als volgt:

Wonderdokters vinden makkelijk aanhang, omdat taalonderwijs een moeilijke opgave is en velen dus openstaan voor wondermiddelen en de beloften die ermee gepaard gaan. Maar het is erg naïef te denken dat "native teachers" nu plots hét verschil zullen maken, of dat alle kleuters zomaar een vreemde taal vlot leren, of dat Internet het taalleren nu plots anders én vanzelf maakt. Nee, de tips stellen het duidelijk: je moet als leerder zélf, op allerlei wijzen, en zoveel mogelijk, dagelijks met de taal bezig bezig bezig zijn. (De Standaard 20/03/2001 : Bezig, bezig, bezig zijn.)

Met alle respect, maar ik vrees dat vele leerlingen van het BSO en het TSO er de voorkeur aan geven om dagelijks vooral met hun handen bezig, bezig, bezig te zijn. Meertaligheid als norm: een E.U.topie, dus.

Nochtans hebben ook zij nood aan en recht op uitbreiding van hun culturele horizon via contacten met anderstaligen, andere culturen.

Komt daarbij nog dat ook de kennis van de moedertaal, in ons geval het Nederlands, meer en meer te wensen over laat. Dat vernemen we toch geregeld via pers en media.

Men kan dus stellen dat een methode die leidt tot een betere kennis van de moedertaal én tegelijkertijd ook nog het leren van vreemde talen vergemakkelijkt/versnelt (tot 30 %!) geen overbodige luxe is. Wetenschappelijk onderzoek in het verleden heeft uitgewezen dat Esperanto als eerstgeleerde vreemde taal in het basisonderwijs niet alleen deze doelstellingen verwezenlijkt maar ook nog een aantal andere belangrijke pedagogische voordelen biedt.

Esperanto als eerstgeleerde vreemde taal in het basisonderwijs:

  1. bevordert het taalbewustzijn, geeft meer inzicht in taal en leidt zo tot betere kennis van de moedertaal;
  2. stimuleert het logisch, kritisch, structureel denken: Esperanto is een gestructureerde, doorzichtige, regelmatige, geordende taal: slechts 16 basisregels, geen uitzonderingen, fonetische uitspraak. Het biedt een referentiekader voor het leren van andere talen en is belangrijk voor vakken als wiskunde en wetenschappen. Wat het Latijn is voor de elite, is het Esperanto voor iedereen;
  3. stimuleert de creativiteit: de taal werkt zoals een blokkensysteem (lego): met woordstammen uit vooral Germaanse, Romaanse, Slavische talen en een aantal voor- en achtervoegsels kan het kind zelf woorden vormen. Spelenderwijs een taal leren geeft leerplezier: tevreden leerlingen, tevreden leraren;
  4. verhoogt het zelfvertrouwen: op korte tijd (12 lessen, zie https://learn.esperanto.com/nl/) en met minimale inspanning kent het kind een snelle succeservaring: 'ik kan iets';
  5. motiveert om andere talen te leren;
  6. wekt interesse voor andere culturen: reeds op jonge leeftijd kan de leerling individueel/klassikaal contact leggen met anderstaligen, met andere culturen, wat bevorderlijk is voor intercultureel wederzijds begrip.

Zie o.a.:

http://www.esperantoresearch.org.uk/sites/default/files/site/files/esperanto_as_a_starter_language.pdf en

http://www.esperantoresearch.org.uk/sites/default/files/site/files/s2l_poster_espres_2012.pdf

Tim Morley: https://www.youtube.com/watch?v=8gSAkUOElsg 

Een bondig overzicht van de 16 grammaticale regels: http://users.telenet.be/griza_leono/Eo_kort.htm 

Momenteel financiert het Europese Erasmus+ programma het project Linguistic Accelerator, dat de mogelijkheden van Esperanto als opstap naar talenkennis onderzoekt. Negen partners uit Slovenië, Slovakije, Kroatië, Bulgarije, Duitsland en Denemarken werken hiervoor samen, waaronder twee universiteiten en vier scholen.

De lingvo internacia is niet alleen een pedagogisch maar ook, en vooral, een communicatief project: als Gemeenschappelijke, Eenvoudige, Neutrale, Tweede (G.E.N.T.) taal verbindt ze reeds meer dan 130 jaar wereldwijd miljoenen mensen vredevol over taalkundige, culturele, levensbeschouwelijke of welke grenzen dan ook heen, arbeiders zowel als intellectuelen, met respect voor elkaars taal en cultuur.

Een G.E.N.T.-taal kan wel degelijk Europa op een democratische, sociale, niet-discriminerende manier en met een minimale investering van tijd, geld en energie tot een hechter geheel, met een eigen identiteit maken. Daar is enkel een beetje gezond verstand en wat goede wil voor nodig.

Dus: Europa heeft G.E.N.T. nodig!        

Esperanto als opstap naar taalkennis