Robert, maakte de oorlog en de bevrijding mee

08 november 2017door Vredeshuis

“Toen viel de jarenlange spanning van ons af. We waren bevrijd, dat gevoel was het allerbelangrijkste, dat is niet te beschrijven!”

Ik herinner me nog goed toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Ik was 12 jaar en zat in het 6de leerjaar van de school in de Molenaarsstraat. Op 10 mei 1940 stond de directeur aan de schoolpoort. Hij zei dat de oorlog was begonnen en dat we allemaal naar huis mochten. We juichten allemaal, geen school! We beseften niet wat er op het spel stond. Op 18 mei verschenen de eerste Duitse soldaten. De schoollokalen werden gebruikt als een soort kazerne.

De eerste 2 jaren verliepen voor de meeste mensen nog vrij normaal. Pas in 1942 begon het te veranderen. Ik werd toen 14 jaar en normaal mocht ik naar de beroepsschool gaan. Ik keek daar wel naar uit. Maar mijn moeder vertelde me met tranen in de ogen dat ik niet meer naar school kon gaan. Als oudste van 4 kinderen moest ik in de fabriek gaan werken want ons gezin had extra geld nodig om eten te kunnen kopen. Ik werkte 12 uur per dag en ik verdiende toen 2,5 frank (0,06 euro) per uur. Mijn vader verdiende als vakman 8 frank (0,2 euro) per uur. Omdat ik nog jong was en wilde bijleren, mocht ik 3 avonden in de week een uur vroeger stoppen en naar de avondschool gaan. Om het vak van ijzerdraaier te leren. Ik heb dat 3 jaar gedaan. Werken, avondschool, op zaterdag en zondag ook werken en naar school, de zondagnamiddag huiswerk maken. Geen geld of tijd om uit te gaan, veel plezier hebben we aan onze jeugdjaren niet beleefd …

 

De eindjes aan elkaar knopen

De bevoorrading van voedsel liep tijdens de oorlog niet vlot. Wie geen zegeltjes had, moest op de zwarte markt kopen, waar het brood soms 50 frank (1,25 euro) kostte. Het rantsoen was op zich genoeg, maar wie ne groten eter was had wel te kort. We hebben af en toe honger gehad. Ik herinner me nog dat mijn moeder de aardappelschillen goed waste. Die kookte ze dan ’s avonds met wilde spinazie of zurkel die langs de bermen groeiden. Het waren in feite gestampte schillen. Mijn moeder heeft tijdens de oorlog geleidelijk aan haar porselein verkocht om eten te kunnen kopen. Soms kreeg ik 2 sneetjes brood mee naar mijn werk, zonder boter of confituur. ‘Vanavond ga ik misschien meer hebben’, zei ze bedroefd.

 

Eerste contacten met het verzet

Naar het eind van de oorlog werd ik door mensen die in het verzet zaten in vertrouwen genomen. Ze gebruikten me als koerier om boodschappen over te brengen, zowel mondeling als onder gesloten omslag. Het waren aanwijzingen om onderduikadressen voor dienstweigeraars te regelen. Dat waren mensen die door de bezetter werden opgeroepen om in Duitsland te gaan werken maar die dat weigerden.

Voor het minste werd je naar strafkampen gestuurd. We hadden een buurman die ’s avonds wel eens naar de radio van de Britse omroep luisterde. Verder deed die niks verkeerd en was hij ook nergens lid van. Toch werd hij verraden, belandde in de gevangenis en werd opgesloten in het fort van Breendonk, dat de nazi’s als werk- en doorgangskamp gebruikten. Waanzin!

 

De bevrijding

Op 6 september 1944 stond ik met vrienden aan het stadhuis. Dat was toen al door het verzet ingenomen. Toen de eerste Britse wagens verschenen, heerste er een ongelooflijke euforie. Ook ik was getuige van de eerste Engelse tank die de Botermarkt opreed. Ik herinner mij nog goed het kenteken op de mouw van de soldaten: een rode rat met een lange staart. Het waren de ‘Desert Rats’, soldaten van een Britse pantserdivisie. Toen viel de jarenlange spanning van ons af. We waren bevrijd, dat gevoel was het allerbelangrijkste, dat is niet te beschrijven! Iedereen voelde zich terug vrij, niemand moest nog schrik hebben. We hebben tot 8 dagen erna elke dag kermis gehouden. De Engelsen zorgden voor eten en drinken.

 

Vrede

De vrede kwam er officieel op 8 mei 1945. ‘Vrede’ betekende voor ons – vrij simpel maar zeer indringend – geen schrik meer hebben en voldoende eten. Dat was al een grote geruststelling. Je moest geen uren meer in de rote staan wachten voor een brood. Dat viel allemaal weg. Je ging naar de winkel als het jou paste. Maar ondertussen weten we dat vrede meer is dan ‘geen schrik meer hebben dat er nog een oorlog komt’. Vrede is alles wat ervoor gezorgd heeft dat onze jeugd vandaag zo veel mogelijkheden kent.

Belangrijk was de solidariteit onder de mensen. Tijdens de oorlog was het uiteraard ieder voor zijn eigen, het was al lastig genoeg. Maar toch leefde er toen ook een sterke kameraadschap, een vorm van solidariteit, zij het  in beperkte kring. Na de oorlog hebben we in België ons sociaal zekerheidsstelsel uit de grond gestampt. Dit stelsel is uniek in de wereld en heeft al decennia lang voor sociale vrede gezorgd. Zorgen dat mensen voldoende rechten hebben als ze ziek zijn, dat er een gegarandeerd pensioen is, dat er een werkloosheidsuitkering bestaat … Dat zorgt voor zoveel welzijn en welstand, daar moeten we echt goed zorg voor dragen! Ik hoop dat de jeugd hier voldoende aandacht voor blijft houden. 

Robert Blansaer heeft als jongere de oorlog en de bevrijding meegemaakt. Hij zette zich erna steeds in voor solidariteit en sociale vrede.

Lees ook wat andere getuigen vertellen.

Robert

Getuigen over oorlog, vrede en solidariteit

Hebt u oorlog, conflict, vrede of solidariteit van nabij meegemaakt?