Emran, gevlucht voor de oorlog in Afghanistan

07 november 2017door Vredeshuis

“Als je voortdurend bang bent, kun je geen toekomst opbouwen. Niemand wil weg van zijn mama en papa, maar als alles uitzichtloos is ...”

Mijn naam is Emran. Ik ben bijna 17 jaar en geboren in een dorpje in Afghanistan. Ik heb 6 zussen en 2 broers. Anderhalf jaar geleden ben ik gevlucht voor de oorlog in mijn land. Daar lijkt immers geen einde aan te komen. Iedereen in ons dorp is bang, van de politie én van de taliban. De taliban is de streng-islamitische beweging die grote delen van ons land bezet. Soms komen de talibanstrijders ons dorp binnengereden, gewapend. Dan houden we ons gedeisd. We proberen niet op te vallen en geen kritische woorden uit te spreken, want wie weet worden we verraden. Je moet vooral luisteren naar die strijders, anders nemen ze je mee. Veel mensen zijn al weggehaald, ook jongeren van 12-14 jaar. Die zien we dan jarenlang niet meer terug. We horen verhalen over gordelbommen die ze moeten dragen. Ik heb enkele vrienden verloren. De taliban plaatsen mijnen onder de wegen en soms blazen ze ook moskeeën op, waarbij dan veel mensen gedood of gewond raken.
 

Gevaarlijke vlucht

Ik begon te vrezen dat ik door de taliban zou ingelijfd worden. Daarom drongen mijn ouders erop aan: ‘Vlucht hier weg, zoek elders een betere toekomst’. Ik ben als enige van het gezin gevlucht. Via de hoofdstad Kaboel naar de provincie Nimruz, dan in een jeep via Pakistan en Iran naar Turkije. De reis duurde 2 maanden en was lang en gevaarlijk. Ik heb gruwelijke dingen meegemaakt, maar ook mensen leren kennen met wie ik dan verder trok. Het is bij toeval dat ik in België ben beland. In het station van Brussel heeft de politie me uit een groep vluchtelingen gehaald omdat ik er nog heel jong uitzag. Ik kwam eerst in het Dendermondse asielcentrum terecht. Daarna kon ik naar het Gentse pleeggezin waar ik nu verblijf, bij Elena, Lucas en hun kinderen.
 

Hoop op een betere toekomst

In het begin was het moeilijk om mij aan te passen. Je komt in een andere cultuur terecht, met andere eetgewoontes en andere regels. Maar stap voor stap ging het beter. Nu begin ik goed Nederlands te spreken, de cultuur te kennen. Mijn pleeggezin is een warme familie, met kleine kinderen en lieve oma’s en opa’s. Fijn om via hen Gent te leren kennen.

Ik ga naar school, in De Rotonde in de Holstraat. Door de oorlog heb ik niet veel school gelopen in Afghanistan. Doorgaans waren onze ouders te bang voor bomaanslagen. Ik ging hoogstens 1 dag per week naar school. Ik kon dus amper lezen en schrijven toen ik hier aankwam. Nu volg ik deeltijds les en ik vind het geweldig terug naar school te kunnen gaan. School is belangrijk omdat je over de hele wereld leert, over de gelijkenissen en verschillen tussen de mensen. Hoe meer ik weet, hoe beter voor mijn toekomst. Ik loop ook 2 dagen per week stage in een fietsenwinkel in Lokeren. Mijn collega’s en mijn baas zijn lieve mensen, ze helpen mij op vele vlakken.
 

Voortdurend angst

Het grote verschil is dat in België niemand bang hoeft te zijn. In Afghanistan moet je bang zijn voor je medemensen, voor bommen en aanslagen die overal kunnen plaatsvinden. Als je voortdurend bang bent kun je geen toekomst opbouwen. Niemand wil weg van zijn mama en papa, maar als alles uitzichtloos is ... Vanaf jonge leeftijd hielp ik mijn vader met zijn werk als kleermaker. Ik werkte ook op het land en ik kluste af ten toe bij om geld te verdienen. Maar wat ik eigenlijk wou, was naar school gaan en daarna gaan werken. Want later moeten de kinderen voor hun ouders kunnen zorgen. Ik zag niet in hoe ik dat in mijn land kon waarmaken.
 

Een andere wereld

Hier liggen geen bommen onder de weg. Hier kan iedereen zeggen wat hij wil. Mensen luisteren naar elkaar en hebben geen schrik om verklikt te worden. Iedereen laat elkaar met rust. Dat is heel fijn, ook al was het op andere vlakken even wennen. Mensen in korte broek? Jongens en meisjes die elkaar kussen? Alcohol drinken? Eet iedereen hier echt chocolade? Een lange metalen auto zonder wielen? Dat bleek dan een trein te zijn. Het leven voor een jongere hier kan erg zorgeloos zijn. Ik geniet van het Gentse leven: ik volg judoles in Drongen, ga naar de fitness en binnenkort naar een Gentse jeugdbeweging. Wandelen in het Citadelpark met de honden, veel vrienden op school … wat een leven als er geen oorlog is! Maar ik verlang wel eens naar een echte Afghaanse maaltijd …

Ik ben blij hier, maar ik mis mijn familie. Mijn hart is daar. Ik heb een jaar lang geen contact met hen gehad, zij wisten niet dat ik nog in leven was. Nu heb ik gelukkig geregeld contact. Als de oorlog gedaan is, wil ik teruggaan naar mijn land. Normaal heb ik binnen 5 jaar recht op de Belgische nationaliteit en kan ik mijn familie bezoeken. Zolang moet ik nog wachten. En dan hoop ik dat ik in Afghanistan ook een fietsenwinkel kan beginnen. Alhoewel, er rijdt in ons dorp bijna niemand met de fiets … nog niet.
 

Enige tijd na het gesprek met Emran kreeg hij bericht dat zijn moeder is overleden. Omdat hij hier in een asielprocedure zit, kon hij niet naar Afghanistan voor de begrafenis.

Lees ook wat andere getuigen vertellen.

Emran

Getuigen over oorlog, vrede en solidariteit

Hebt u oorlog, conflict, vrede of solidariteit van nabij meegemaakt?