Arne, vrijwilliger in een vluchtelingenkamp op Lesbos, Griekenland

24 oktober 2017door Vredeshuis

“Ik wist op voorhand dat de situatie in de kampen ellendig zou zijn. Maar zelf middenin de miserie staan, maakte dat besef toch intenser.”

Ik studeerde in juni 2016 af als arts en ging op 1 maart 2017 aan de slag als huisarts-in-opleiding. In de tussentijd wou ik, naast reizen, ook mijn steentje bijdragen tot een betere wereld. Via via hoorde ik over Stichting Bootvluchteling, een Nederlandse ngo die medische en psychosociale hulp verleent in verschillende vluchtelingenkampen op het Griekse eiland Lesbos. Daar trok ik voor een maand naartoe. Ik heb voornamelijk in de medische post in Moria gewerkt, het grootste en jammer genoeg ook beruchtste kamp op Lesbos. Daar zat (en zit nog steeds) veel miserie bijeen. Met ruim 4.000 mensen op een terrein bedoeld voor 2.000 mensen zat het kamp overvol. Wie ‘geluk’ had, kon in (overvolle) wooncontainers overnachten, maar het gros van de mensen moest de sneeuw en vrieskou trotseren in troosteloze tentjes. Stromend water was er niet en de weinige sanitaire voorzieningen werden nauwelijks onderhouden. Op consultatie zag ik dagelijks de gevolgen van deze miserabele leefomstandigheden, met vrieswonden, onderkoeling, allerhande infecties en een moraal die almaar verder wegzakte tot onder het vriespunt.
 

Onzekerheid

Het psychische leed was veruit het grootste probleem. Het kwam voort uit een combinatie van (oorlogs)trauma's, barre leefomstandigheden, eenzaamheid en een groeiende onzekerheid over de toekomst. Velen zaten al meer dan een jaar vast in Moria. Niemand wist hoe lang dit nog zou duren en wat er hen na Moria te wachten stond. Terug naar hun land van herkomst? Asiel in Griekenland of in een ander land van Europa? Terug naar Turkije? Niemand die het wist. En ondertussen: wachten, wachten, wachten. Moria begon voor velen meer en meer als een openluchtgevangenis aan te voelen.

Het psychisch lijden uitte zich vaak in psychosomatische klachten, rusteloosheid, slapeloosheid, drank- en drugsmisbruik, vechtpartijen en paniekaanvallen. In hun wanhoop gingen sommigen over tot automutilatie. Bijna dagelijks moesten we mensen verzorgen die zichzelf met messen hadden verwond ter hoogte van de armen, de borstkas en in uitzonderlijke gevallen zelfs het gelaat. Zelfmoordpogingen waren er ook.

In de 4 weken dat ik er werkte zijn er 4 mensen overleden. De oorzaak van hun overlijden is niet met zekerheid geweten, maar waarschijnlijk ging het om zelfmoord, onderkoeling of verstikking door de giftige dampen uit de vuurtjes die ze stookten in een poging zich warm te houden. We deden ons best de mensen zo goed mogelijk te verzorgen en op te vangen.  Een luisterend oor, een ondersteunend gesprek. Van mens tot mens.

Er zitten mensen vanuit de hele wereld in Moria. Veel Syriërs, Irakezen en Afghanen, maar ook mensen uit Eritrea, Ethiopië en Soedan, Congolezen,  Algerijnen, mensen uit Bangladesh en Myanmar en zelfs enkelingen uit Colombia, Haïti en de Dominicaanse Republiek. Velen zijn op de vlucht voor oorlog, vervolging of foltering, anderen voor armoede en honger. Nog anderen zijn gelokt door mensensmokkelaars met valse beloftes. Allen vertrokken met de hoop op een beter leven.
 

Veerkracht

Ondanks de miserabele situatie in het kamp probeerden velen er toch het beste van te maken. Zo was er een ondernemende Irakees die zijn tent had omgetoverd tot een tattooschopje, waren er verschillende theetentjes en waren er enkele 'restaurants'. De veerkracht van vele mensen en de hoop die velen ondanks opeenvolgende tegenslagen bleven koesteren was ontroerend.

Mooi ook waren de vele vrijwilligers die vanuit de hele wereld naar Lesbos kwamen om er de hulp te bieden die de lokale en Europese overheden niet kunnen of willen bieden.

Trauma’s

Verschillende verhalen zijn me bijgebleven. Zo was er een man die tijdens zijn vlucht was beschoten. Hij liep al ruim een jaar rond met een kogel in zijn flank. Regelmatig kreeg hij hevige pijnscheuten en plaste hij bloed. Hij was bovendien ernstig getraumatiseerd en durfde met niemand praten tot hij plots ineenstuikte voor onze medische post.

Ook het verhaal van een van onze tolken was schrijnend. Hij was 20 jaar, studeerde chemie, maar was Syrië ontvlucht omdat hij de lijken in de straten en de continue angst waarin hij moest leven niet meer aankon. Verschillende van zijn vrienden waren vermoord door het Syrische regime. Op zijn tocht naar een beter leven werd hij aan de Turkse grens opgepakt, in elkaar geslagen en terug naar Syrië gestuurd. Bij een tweede poging om de grens over te steken lukte het wel. Hij dacht veilig te zijn in Europa, maar voelde zich na vele maanden in Moria ook hier aan zijn lot overgelaten. Hij was erbij toen ons team 2 lijken vond en stortte hierna volledig in. Al zijn trauma's kwamen terug naar boven.

Dan is het er nog het verhaal van een jonge Afghaanse man die vader was geworden vlak voor hij op de vlucht moest voor de Taliban omdat hij gewerkt had voor het Amerikaanse leger. Ondertussen zat hij al een jaar vast in Moria en zag hij zijn zoontje op foto's groeien en bloeien. Hij wou graag terugkeren naar Afghanistan om bij zijn vrouw en kind te zijn. Maar dat durfde hij niet, omdat hij vreesde voor zijn leven. Kiezen tussen de pest en de cholera. Vreselijk.
 

Helpen

Ik wist op voorhand wel dat de situatie in de kampen ellendig zou zijn, en het leed dat de vluchtelingen met zich meedragen groot. Maar zelf middenin de miserie staan maakte dat besef toch intenser, doorleefder. Als je die mensen verzorgt, hun verhalen aanhoort, de littekens op hun lichaam en de tranen in hun ogen ziet, dan hakt dat erin.

Op moeilijke momenten konden we als vrijwilligers bij elkaar terecht. We waren vaak aangedaan door de gruwelverhalen van de vluchtelingen en verontwaardigd en beschaamd over de onmenselijke situatie waarin mensen op Europese bodem worden opgevangen of opgesloten.
Tegelijk beseften we dat we ongelofelijke gelukzakken zijn. Wij konden immers op elk moment terugkeren naar ons comfortabele leven als vrije burger in een vredevol en welvarend land. Wij zijn vanaf onze geboorte met ons gat in de boter gevallen en kregen een eerlijke kans op een goed leven. Maar wat kan je doen als de bommen je om de oren vliegen, als je moet vrezen voor foltering, als je geconfronteerd wordt met de gevolgen van klimaatverandering, mislukte oogsten, honger?

Het minste wat wij kunnen doen, is mensen met minder geluk helpen. Als het leed voor je neus staat, ben je spontaan bereid te helpen. Het is vaak de afstand die die hulpgevende reflex afzwakt. Via de media kan deze afstand verkleind worden. Veel mensen worden moedeloos van al het leed in de wereld dat hen bereikt, of ze steken hun kop in het zand. Mij lijkt het juist belangrijk om geïnformeerd te blijven én om te weten dat iedereen verschil kan maken. Iedereen kan helpen!

Uiteraard kunnen niet alle wereldproblemen van de ene dag op de andere opgelost worden, maar alle beetjes helpen. En vele kleintjes maken een groot. Helpen kan op vele manieren:  als vrijwilliger, door een organisatie te steunen die zich actief inzet voor een betere wereld, door ethische keuzes te maken in de winkel. En niet te vergeten: we hebben allemaal een stem en we kunnen die gebruiken om het beleid menselijker te maken. Moet lukken, toch?

Arne, vrijwilliger in een vluchtelingenkamp op Lesbos, Griekenland 

Lees ook wat andere getuigen vertellen.

Arne

Getuigen over oorlog, vrede en solidariteit

Hebt u oorlog, conflict, vrede of solidariteit van nabij meegemaakt?