Wahiba

22 oktober 2019door Dienst Beleidsparticipatie

Voor de Startdag tegen armoede van 14/09/2019 tekenden de Raconteurs, op vraag van Woongift.Gent, een reeks van pakkende getuigenissen op.

Wahiba: “Opkomen voor de zwaksten, als het moet tot in het parlement.”

Hoe getekend door het leven en moegestreden deze vrouw ook is, vechten zal ze blijven doen.  Voor rechten die ze zelf nooit heeft gekend. Opkomen voor de zwaksten, als het moet tot in het parlement. Een veerkracht die je maar zelden ziet. Nochtans groeide Wahiba (48) op in een omgeving vol misbruik, verslaving en miskenning.

“Ik ben 48 jaar en groeide op in Wevelgem volgens de mannelijke waarden en normen binnen de Moslimcultuur. Mijn mama zat aan de drank, mijn Algerijnse papa was gokverslaafd. Thuis hadden we het niet breed, als gezin met zeven kinderen. Op11-jarige leeftijd werd ik seksueel misbruikt door mijn twee oudere broers. Dat feit heeft mee aan de basis gelegen van mijn lesbische gevoelens.

Als kind werden wij vaak aan ons lot overgelaten. Mijn vader deed de nacht en mijn moeder dronk ondertussen in het geniep. Mijn oudste zus heb ik weten weglopen toen ze amper veertien jaar oud was. Daardoor kwamen de meeste huishoudelijke taken bij mij terecht. Tot vandaag weet ik niet hoe ouderlijke liefde aanvoelt. 
Ik heb na mijn middelbare school nooit verder mogen studeren, ook al beschikte ik over de nodige capaciteit. Op 18-jarige leeftijd werkte ik als mecanicien in de fabriek en zag ik hoe mijn vader mijn zuurverdiende centen zomaar vergokte. Dat jaar besliste ik om te vertrekken. Eerst huurde ik  een gemeubelde studio in Kortrijk en wat later, samen met mijn vriend, een huisje in Lauwe. We probeerden rond te komen met zijn soldij. Ook zijn moeder was alcoholverslaafd.

Op mijn 22stekwam het tot een huwelijk, ook al wilde ik eigenlijk alleen maar een kind van hem. Kort nadat ik een dochter baarde, besliste ik om van hem te scheiden. Ik had geprobeerd om mijn gevoelens voor andere vrouwen te onderdrukken, maar dat is mij niet gelukt. Ik heb mijn man verlaten, maar heb hem ook alles nagelaten, op wat babyspullen na. Dat alles maakte dat ik op mijn 25stein een gemeubelde studio in Menen belandde. Daar heb ik aan den lijve ondervonden wat armoede inhoudt en wat het is om er altijd en overal alleen voor te staan.Ik heb er wel alles aan gedaan om voldoende middelen bijeen te krijgen, zodat mijn dochter niets tekort zou komen en ze een waardig leven zou leiden. Dat is me gelukt.

Vijf jaar lang had ik niets van contact met mijn ouders. Pas als ik zes maanden zwanger was, heb ik contact gezocht met mijn moeder en voelde ik mij aanvaard. Ook al ging haar aandacht uitsluitend naar mijn dochter, haar kleindochter.  Mijn moeder heeft het overigens ook niet gemakkelijk gehad. Op de leeftijd van 54 jaar werd ze door mijn vader zomaar op straat gezet. Ze is jong dement geworden en verblijft nu in een rusthuis. Met mijn vader heb ik definitief gebroken. Ik wil niet eens op de hoogte gebracht worden van zijn overlijden.Later ging ik een relatie aan met een vrouw. Die liep na elf jaar op de klippen. Dan volgde nog een relatie van negen jaar met een andere vrouw, met wie ik ook trouwde. Vorig jaar zijn we gescheiden. In die periode hield ik een goed draaiend café open.

Mei 2012 werd een nieuw kantelmoment in mijn leven. Mijn dochter werd toen zwaar afgetroefd door haar toenmalige partner.Toen zij twee dagen later toch besloot om bij hem te blijven, sloegen bij mij de stoppen door. Ik ging op slag aan het drinken en gokken en slikte ook veel pillen. In mijn café vond ik voldoende drankvoorraad en mijn inkomsten vergokte ik in het café aan de overkant. Onvermijdelijk volgde het faillissement van mijn café. Op vijf maanden tijd speelde ik zowat alles kwijt en kwam ik op straat te staan. Ik was als een kopie van mijn eigen ouders geworden. Na het innemen van een grote dosis pillen, belandde ik in een coma, met drie maanden intensieve zorgen in het ziekenhuis tot gevolg. Daarna volgde de ontwenningskliniek, waar ik tot overmaat van ramp een chronische spierziekte opliep. Het ging er van kwaad naar erger. Nu ben ik aangewezen op een dagelijkse dosis morfine om de pijn te kunnen verdragen. Die periode was voor mij het kantelmoment: ik besliste om mijn leven weer op het juiste spoor te zetten. Na een opleiding als ervaringsdeskundige in armoede en sociale uitsluiting, volgde ik een stage bij Samenlevingsopbouw vzw. Daar werd ik van niemand iemand, omdat ik er voor het eerst in mijn leven echt gehoord werd. Nu werk ik bij Samenlevingsopbouw…, ondanks mijn ziekte.

Vandaag heb ik een sterke band met mijn dochter Hanifa. Ze wordt 24 jaar en is intussen afgestudeerd. We beschouwen het leven wel vaak als ‘wij tegen de rest van de wereld’. We zorgen goed voor elkaar en zijn er voor elkaar.Al ben ik nog maar 48 jaar, ik verlang echt naar het grootmoederschap. Ook al is ze zelf opgegroeid in armoede, ze staat vandaag zeer sterk in het leven en weet zich uit de slag te trekken. Zelf ben ik moegestreden. Ik wil gewoon opkomen voor de rechten van mensen. Rechten die ik zelf nooit genoten heb. Mijn streefdoel is het kleine verschil te kunnen maken in een gemeenschap en ooit in het parlement te geraken om er de rechten van de mensen in dergelijke situaties te kunnen verdedigen.”

David Slosse

Meer over: 

Wahiba (Foto: Robert Pieters)

Ontdek de verhalen van de Gentse Raconteurs

Heb je zelf een boeiend verhaal over je wijk? Over een markant figuur, een bijzondere plek, een opmerkelijke gebeurtenis?
Deel het op dit platform. Voeg je tekst in, laad een passende foto, video of audiofragment op, duid de wijk aan (adres of locatie) en publiceer. In het aparte tabblad bovenaan vind je een handige handleiding.
Wil je zelf mee op jacht naar interessante verhalen in je wijk en als reporter aansluiten bij de Gentse Raconteurs? Contacteer dan David Slosse, telefonisch op 0475 73 04 64 of via raconteurs@stad.gent