Verweven verhalen - UCO Maïsstraat

26 september 2018door Dienst Beleidsparticipatie

Cesmeli Kaya werkte tussen 1981 tot 2008 als onderhoudsman in de kaarderij in de UCO-fabriek en blikt terug op die jaren.

Cesmeli: Het was soms lastig en de ene dag is de andere niet. Als ge ‘s nachts weinig slaapt en om vier uur moet opstaan om een uur later te beginnen werken, dan zijn dat lange en zware dagen. Vanaf de donderdag begint dat echt te wegen en tegen vrijdag zijt ge uitgeput.

 

Blauwe handen, blauw lijf

Tijdens mijn eerste jaren in de weverij, had ik een strenge ploegbaas. Er waren minimum 3800 tot maximum 4600 draden. Ik moest inknopen en dan blijven er een 8-tal draden over. Hij komt kijken en zegt: “Weef door! Herbeginnen!”. Tot driemaal toe moest ik herbeginnen aan dezelfde machine, doorweven en afsnijden tot er geen draad meer overbleef.

In de fabriek was het toch wat ouderwets. Het deed soms denken aan de jaren 1930 of ‘40. Als ge in de namiddagploeg werkte, was er iemand die de zaal kuiste. Hij liet dan zijn spuittoestel het plafond schoonblazen. Dat duurde ongeveer een uur. Intussen moesten wij verder werken, want de productie mag nooit stilvallen. Als ge die avond rond elf uur thuiskwam, kreegt ge uw ogen niet meer open, dichtgeplakt van het stof. Ik kon toen bijna niets meer zien.

Op het einde van iedere ploeg moesten wij onder de douche. Als het goed weer is en ge werkt acht uren aan een stuk, dan laat ge al eens uw hemd wat open hangen. Zo werd ons lijf een beetje blauw. We liepen altijd rond met blauwe handen en ook onze neus zat verstopt met blauw stof. Wij moesten oordopjes dragen. Dat was toen niet verplicht, maar ik deed het wel, om na tien jaar niet potdoof te zijn.

De eerste seconde wist ik niet wat er aan de hand was. Ik stond te kijken naar een stofwolk die opkwam en had niet meteen door wat er scheelde. Ik stond voor de machine en zag ineens dat het bloed uit een van mijn vingers gulpte. Zoals bij een kip waarvan de kop net is afgehakt.

 

Als broers en zussen

We hebben hier veel kennissen en vrienden gemaakt. Een van mijn voormalige collega’s, die meestergast was, woont in Lovendegem. Ik zie hem om het jaar eens en stuur hem af en toe een berichtje. We hadden zelfs collega’s die op den duur als een broer of zus waren. Ik denk dat die mensen er mee voor gezorgd hebben dat we dit werk jarenlang hebben kunnen volhouden. We hebben nog wel enkele contacten overgehouden, maar veel is ook verloren gegaan en dat is spijtig. Maar het ergste van al is dat wij ons werk kwijt zijn.

Rechtstreeks richting container

Mijn laatste jaar bij UCO zijn er veel jonge gasten met weinig opleiding en nog minder interesse bijgekomen. Zij kwamen hier gewoon een beetje rondlopen om geld te verdienen. Dat bedrijf is gewoon verwaarloosd. Was er vroeger een tandwiel kapot, dan moesten wij het laten lassen en vijlen en opnieuw laten opsteken en zo ging dat nog jaren mee. Op het einde belandden kapotte onderdelen rechtstreeks in de container en werden er meteen nieuwe besteld.

Ik vind het een goede zaak dat de fabriek nu plaatsmaakt voor nieuwe bedrijvigheid. Misschien kunnen wij er niet aan de slag, maar dan toch minstens andere mensen en dat is toch ook positief.

Meer over: 

Cesmeli Kaya (Foto: Patrick Henry, Stad Gent)

Ontdek de verhalen van de Gentse Raconteurs

Heb je zelf een boeiend verhaal over je wijk? Over een markant figuur, een bijzondere plek, een opmerkelijke gebeurtenis?
Deel het op dit platform. Voeg je tekst in, laad een passende foto, video of audiofragment op, duid de wijk aan (adres of locatie) en publiceer. In het aparte tabblad bovenaan vind je een handige handleiding.
Wil je zelf mee op jacht naar interessante verhalen in je wijk en als reporter aansluiten bij de Gentse Raconteurs? Contacteer dan David Slosse, telefonisch op 0475 73 04 64 of via raconteurs@stad.gent