Verweven verhalen - getuigenis van Claude Duchateau

18 september 2018door Dienst Beleidsparticipatie

Claude Duchateau werkte tussen 1959 en 2001 als chef-meestergast in de voormalige Gentse textielfabriek UCO in de Maïsstraat.

Claude: "Wij draaiden destijds de transportbanden voor de koolmijnen, netten voor de visserij en twijndraden voor autobanden.

In het begin hebben wij nog kinderarbeid gekend. Hier werkten een 18-tal meiskes, sommige amper 14 jaar oud. Zij moesten iedere dag om half vier opstaan om naar de fabriek te trekken.

 

Handen wassen a.u.b. (met bleekwater)

De geur zal me altijd bijblijven.  Die bleef in de kleren hangen, ook al nam ik me iedere dag een douche voor ik naar huis vertrok. De stank zat gewoon in onze neus.

In onze afdeling hadden wij gelukkig niet te veel last van het laweit. Dat was anders voor de mensen die in de spinnerij werkten. Voor 1975 stonden daar 76 continu’s en dat gaf geweldig veel kabaal. In de twijnderij was er ook veel lawaai en in de weverij was het helemaal niet te doen. Als ge daar iets wilde zeggen tegen elkaar, moest ge in elkaars oren staan roepen.

Het werk was ook niet zonder gevaar. Zo werden onze handen in de winter voor de helft verbrand door de chemische producten in die baden. We kregen ze enkel proper door ze te wassen met zuiver bleekwater: natriumhypochloriet van 80 procent. Ik herinner me dat nog: in de winter stonden mijn handen vol kroeten.

Op een dag wilde ik stoom zetten op een ketel om hem uit te kuisen, toen plots alle verf uit die ketel naar omhoog vloog. Het goedje belandde op mijn hoofd. Ik zat werkelijk volledig onder de blauwe indigoverf.  Ik heb mij toen aan een lavabo met puur bleekwater mogen schrobben om dat er allemaal uit te krijgen.

 

Handen uit de mouwen!

Ik herinner me nog een zwaar incident. Een arbeider had bij de afleveringsrol een vuiltje opgemerkt. Toen hij het wilde pakken, schoot zijn arm op 1-2-3 tussen de rollen. Zijn vel werd totaal gestroopt. Met zijn andere arm heeft hij nog geprobeerd zijn hand eruit te trekken. Gevolg: ook met die arm sukkelde hij in de machine. Hij heeft daar uren in vastgezeten. Uiteindelijk zijn ze erin geslaagd om met vorkheftrucks die rollen kapot te trekken en de man te bevrijden. En zeggen dat het slachtoffer de hele tijd bij bewustzijn is gebleven.
 

De eerste Turken

Ik weet nog als ik hier begon, in 1959-1960, dat baron Braun erop stond dat er vervoer voorzien was met paard en kar. Dat was natuurlijk meer symbolisch bedoeld.

Op 1 april 1964 heb ik hier in de UCO, de eerste Turken weten komen. Ze zaten in mijn ploeg. Wat opviel was dat de solidariteit tussen de Turken groter was dan tussen de Belgen. Ja, dat hebben we goed ondervonden.

Ik vind het wel spijtig dat zo’n bedrijf als de UCO kapot gegaan is. De vernieuwing van dit bedrijventerrein betekent voor onze wijk, zeker een heropleving.

Meer over: 

Ontdek de verhalen van de Gentse Raconteurs

Heb je zelf een boeiend verhaal over je wijk? Over een markant figuur, een bijzondere plek, een opmerkelijke gebeurtenis?
Deel het op dit platform. Voeg je tekst in, laad een passende foto, video of audiofragment op, duid de wijk aan (adres of locatie) en publiceer. In het aparte tabblad bovenaan vind je een handige handleiding.
Wil je zelf mee op jacht naar interessante verhalen in je wijk en als reporter aansluiten bij de Gentse Raconteurs? Contacteer dan David Slosse, telefonisch op 0475 73 04 64 of via raconteurs@stad.gent