Verhalen van onder het stof - Willy De Wilde

22 oktober 2018door Dienst Beleidsparticipatie

Willy De Wilde was van 1960 tot 1970 wever in de voormalige textielfabriek De Porre in Moscou-Vogelhoek. Hij blikt terug op die jaren.

De Porre: in de wijk Moscou-Vogelhoek klinkt de naam al lang als een klok. Van 1907 tot 1980 gonsde het hier van de bedrijvigheid en vormde deze textielfabriek het kloppende hart van de wijk. De lakens van De Porre waren alom gekend voor hun uitstekende kwaliteit.

Het is intussen al 34 jaar geleden dat De Porre de fabriekspoort voor een laatste keer dicht trok. Het sluitstuk van een lange, rijke geschiedenis. We konden nog acht voormalige werknemers opsporen die bereid waren hun verhaal te vertellen over hun stukje De Porre. We laten aan het woord: een wever, een broer en zus uit de spinnerij, een laineerder, een hoofdboekhouder, een mecanografe, een poetsvrouw en een infirmière. Hun getuigenissen beslaan de periode 1949 – 1980.    

Willy De Wilde: "Bij het binnenkomen op mijn eerste werkdag in de weverij, werd ik subiet uitgelachen. Ik kreeg een blok toegewezen in een hoek van de fabriek waar de warmte en droogte bleven hangen. Ze wisten dat mijn productie laag zou zijn. En inderdaad: de eerste weken waren een ramp, ik draaide maar een 80%. Maar toen heb ik mijn meestergast aan het werk gezet. Ik liet hem alle mankementen wegwerken en alle vijzen van de machines aandraaien. Al snel draaide ik tot 112%, wat meer loon betekende.  Het gevolg was dat ze achter mijn rug naar de baas trokken met de vraag of ze op mijn blok mochten werken. Mijnheer Jacques De Porre liet mij bij zich roepen. Ik vloog naar een andere blok. Ik had al snel door dat hij erop uit was om mij alle machines in de weverij in orde te laten stellen, want dat betekende meer productie. Ik heb ingestemd op voorwaarde dat ook ik 112% uitbetaald zou worden. Daarna hebben mijn collega’s mij wel met rust gelaten.

In de weverij zorgde ik in de eerste plaats voor de spoelen. Bovenop de machines stonden bakken met spoelen er in. Die moesten we in de gleuven leggen, zodat de spoel in de schietspoel terecht kwam, en zo in de inslag. Als dat afbrak, viel de machine stil. We werkten er met een 21-tal wevers.
Ik heb dat altijd graag gedaan. Kon ik herbeginnen, ik koos hetzelfde werk. 

Echt gevaarlijk was het niet. Je moest wel uitkijken wat je deed en waar je je handen hield. Ik heb wel eens gehoord dat iemand een spoel tegen het gezicht had gekregen. Dan is het natuurlijk oppassen, want op die spoelen zat een stalen pin. Als een machine draait, moet je er afblijven, zo simpel is het.

Het lawaai was alom aanwezig in de weverij. Het was werkelijk oorverdovend. Je moest dicht tegen mekaar staan en dan nog roepen, anders kon je mekaar niet verstaan. Zelf heb ik er geen last van, waarschijnlijk dankzij mijn oordopjes, maar de meeste wevers van mijn leeftijd horen niet zo goed meer. Het was constant 25 à 30 graden in de weverij. De warmte die uit die machines kwam, was toch de moeite. Dat maakte het werk soms wel lastig, zeker in de zomer, als het buiten ook nog eens zo warm was.

Ik heb altijd, van mijn 15 jaar, in ploegen gewerkt. Bij De Porre werkte ik in twee ploegen. De uren van de ploegen waren: van 21.30u tot 05u; van 05u tot 13.15u en van 13.15u tot 21.30u. De arbeidsomstandigheden hier in de fabriek waren al bij al goed, net als de sfeer tussen de wevers. Veel tijd om te zeveren hadden we niet, alleen tijdens ons kwartierke pauze. Maar als er bijvoorbeeld een stuk weefsel van 100 of 150 meter klaar was, hielpen we mekaar om dat weg te dragen. Lag er een machine stil van een collega, dan kwam die meehelpen bij mij en omgekeerd. Het ging zelf zo ver dat, als ik mijn ontslag had ingediend, mijn collega naar de baas stapte en zei: “Mijnheer Jacques, als ge De Wilde laat gaan, dan ben ik ook voort.” Echt gebeurd!

De weverij van De Porre was een waar mannenbastion en dat was er soms aan te horen. Weefsters hebben we hier nooit gekend. Het werk van een wever is wel erg individueel. Ge zijt vooral met uw machine bezig en minder met de collega’s. Tegelijk moest ge ook de kwaliteit in de gaten houden en zien dat bijvoorbeeld uw draden niet te dicht of te ver uit elkaar lagen. Tijdens het werk zelf waren er geen rustpauzes, de machines moesten draaien en daar moest ge uw hoofd bij houden.
Ik mis dat werk en die machines wel. Moest ik weten dat ik nu nog een stuk mee zou kunnen, dan zou ik niet twijfelen, ook al ben ik er 75.  Gelukkig kom ik hier nog dagelijks naar het Wijkcentrum en blijf ik me op die manier hier wel nog een stuk thuis voelen.

Jammer dat De Porre teloor is gegaan, want het was een gekende fabriek, met lakens van hoge kwaliteit. Als ik een hemd, een veloursbroek of een ander stuk textiel koop, zal ik altijd eerst naar de binnenkant kijken. Dat is een beetje een ziekte.  Daar hebt ge beter zicht op de kwaliteit en ziet ge subiet ook de fouten. 

Het is vreemd om zo te spreken over een baas, maar met Jacques Van Huffel had je het gevoel dat hij een vriend was en niet zomaar de baas.  Hij kon echt luisteren. Een goede baas en een goed mens. Met oud-collega’s heb ik geen contact meer. Vrienden heb ik er niet aan overgehouden, wel schone herinneringen.

De fabriek heeft lang leeggestaan, maar nu ben ik toch content als ik zie dat ze er iets nuttigs mee gaan doen. Dat was hoognodig. Het doet me, als textielarbeider, wel zeer dat die sector doodgebloed is en al die fabrieken verdwenen zijn. Vroeger kwamen ze van de West-Vlaanders naar Gent om te komen werken en nu is het precies omgekeerd.

De kotjes van de meestergasten zijn nu weg, gelukkig maar! Als wever was het onmogelijk om u weg te steken, want uw machine kon niet alleen draaien. Maar bij de meestergasten lag dat enigszins anders. Zij wisten zich wel bij momenten goed te verbergen. Dan gingen ze naar hun kot om ‘zogezegd’ iets te gaan repareren. Niemand had daar controle over.
Eén van de meestergasten noemden wij ‘den baron’. Als ge die mens op straat tegen kwam, dacht ge echt dat het een bankdirecteur was. Hier in de weverij was hij ook benauwd dat hij zijn nagels vuil zou maken. Hij kwam naar het werk met blinkende schoenen, ik denk zelfs dat hij ze onderweg nog  extra opwreef. Hij droeg een schoon kostuum, een plastron en een aktentas onder de arm. 

Eigenlijk had ik nog graag les gegeven over textiel. Ik vond dat geestig om mijn kennis door te geven aan jonge gasten en ik was het gewoon om op verschillende machines te werken. Veel andere wevers hielden de jongeren liever dom. Hoe minder ze wisten hoe beter, vonden zij. Spijtig. Er kwam vroeger veel kennis bij kijken. Bij de overschakeling van de ene dessin naar een andere, was je daar bijna een week mee bezig om het getouw in orde te stellen. Nu steken ze daar een nieuwe ponskaart in en het is gebakken. Pas op: ik heb veel bewondering voor die nieuwe technieken. De nieuwste machines gaan zodanig rap dat ge de schachten niet meer ziet bewegen. Chapeau voor die techniekers. 

Ik was een verzamelaar van schietspoelen. De oude, gebruikte schietspoelen, herstelde ik. Mijn collectie heb ik geschonken aan het Miat. Naar één soort schietspoel, wat ik ‘de banaan’ noem, ben ik twintig jaar lang op zoek geweest. Het was een schietspoel van de handwevers.

Vijf jaar lang heb ik tijdens het hoogseizoen mijn opzeg kunnen geven bij De Porre om te gaan bijklussen als seizoensarbeider bij Meiresonne aan het Sint-Annaplein. Dat was dan vooral werken op zaterdag en soms op zondag. Mijnheer De Porre vroeg dan altijd: “Willy, ge gaat toch weerkomen,  hé?!”En ja, dat deed ik dan ook. Toen kon dat nog allemaal. Bij mijn echte ontslag, wilde hij mijn ontslagbrief eerst niet tekenen en stelde hij mij opnieuw die vraag. Dat moet het schoonste moment uit mijn loopbaan geweest zijn. Merken dat de baas u niet wilt laten gaan. Op zo’n moment beseft ge dat ge goed bezig zijt en dat uw werk gewaardeerd wordt. Dat heeft mij persoonlijk veel zelfvertrouwen gegeven." 

Meer over: 

Willy De Wilde (Foto: Brecht Van Maele)

Ontdek de verhalen van de Gentse Raconteurs

Heb je zelf een boeiend verhaal over je wijk? Over een markant figuur, een bijzondere plek, een opmerkelijke gebeurtenis?
Deel het op dit platform. Voeg je tekst in, laad een passende foto, video of audiofragment op, duid de wijk aan (adres of locatie) en publiceer. In het aparte tabblad bovenaan vind je een handige handleiding.
Wil je zelf mee op jacht naar interessante verhalen in je wijk en als reporter aansluiten bij de Gentse Raconteurs? Contacteer dan David Slosse, telefonisch op 0475 73 04 64 of via raconteurs@stad.gent