Verhalen van onder het stof - Monique Onghenae

08 oktober 2018door Dienst Beleidsparticipatie

Monique Onghenae was infirmière en medewerkster van de sociale dienst in de voormalige textielfabriek De Porre in Moscou-Vogelhoek.

De Porre: in de wijk Moscou-Vogelhoek klinkt de naam al lang als een klok. Van 1907 tot 1980 gonsde het hier van de bedrijvigheid en vormde deze textiel- fabriek het kloppende hart van de wijk. De lakens van De Porre waren alom gekend voor hun uitstekende kwaliteit.

Het is intussen bijna 40 jaar geleden dat De Porre de fabriekspoort voor een laatste keer dicht trok. Het sluitstuk van een lange, rijke geschiedenis. We konden nog acht voormalige werk- nemers opsporen die bereid waren hun verhaal te vertellen over hun stukje De Porre.

Monique: "Toen ik  hier begon, werd ik kort opgeleid door de infirmière die hier al een lange staat van dienst had en bijna met pensioen ging. Ik mocht de gesprekken bijwonen en werd aan de mensen voorgesteld. Tegen de middag zei ze mij meteen al: “Laat die witte schort en dat ABN van u maar thuis. Het is veel gezelliger als ge de mensen aanspreekt in de streektaal.” Zo, de toon was meteen gezet! Ik kon hier halftijds aan de slag, wat voor mij ideaal was en in die tijd, toch eerder uitzonderlijk als verpleegster.

In mijn beginjaren werkten hier ruim 420 mensen. De mensen waren hier heel spontaan en aangenaam, maar ik voelde mij in het begin toch wel een echt groentje. Gelukkig was de sfeer uitgesproken sociaal. Als ik met een vraag zat over bijvoorbeeld administratie waar ik geen antwoord op vond, dan kon ik terecht bij mijnheer De Paepe, een erg gemoedelijke man.

Infirmière zijn in een fabriek is echt wel veel meer dan zorg toedienen bij een arbeidsongeval. Mensen kwamen al eens hun hart luchten bij mij, in het geval ze bijvoorbeeld een woordenwisseling hadden met een collega. Dan aanhoorde ik de verschillende versies en probeerde ik te bemiddelen.

Ik zorgde ervoor dat er in iedere afdeling een farmaciekast voorhanden was, met de meest nodige medicatie, verbanden, ontsmettingsmateriaal en bloedstelpende middelen.  Minstens eenmaal per maand deed ik mijn ronde voor de nodige aanvullingen van die kasten. Door veel in de fabriek te lopen, leerde ik snel de mensen kennen, ook bij naam.
Kleine wonden verzorgde ik zelf, maar voor ergere dingen diende ik door te verwijzen naar de spoedafdeling van een ziekenhuis. In die gevallen stond ik ook in voor de contacten met de behandelende artsen.  Een zwaar ongeval heb ik slechts eenmaal meegemaakt: een man zijn hand was door een verkeerde beweging in een kammachine geraakt. Die hebben we onmiddellijk door een ambulance laten afvoeren naar het ziekenhuis in de Lieven De Winnestraat, zeg maar het ziekenhuis voor de textiel. Kleine breuken en verstuikingen lieten we verzorgen in het Sint-Jozefkliniek in Gentbrugge. Het was ook aan mij om die mensen naar het ziekenhuis te brengen en te halen.

Ik kon beslissen wie naar huis mocht gaan, mits het bezoek van een huisdokter. Bij langdurige afwezigheden stond ik in voor de huisbezoeken. Die opdracht kwam rechtstreeks van mijnheer De Porre.

Een andere taak was de aanvragen doen voor de decoraties en zorgen voor de eretekens, iets waar ik echt niets van afwist. Jacques Van Huffel was verantwoordelijk voor de decoratiefeesten. Die hadden plaats in de confectieafdeling, later in een aparte feestzaal. Naast de gedecoreerden waren ook de gepensioneerden en de bedienden welkom. De gedecoreerden kregen een bedrag volgens het aantal dienstjaren met een gratis diner en dansfeest er bovenop. Ook de drank was de ganse avond gratis, iets waar ik mij fel tegen verzette omdat het voor problemen zorgde. Zo heb ik ooit iemand met de wagen van de fabriek naar huis moeten voeren omdat hij stiepelzat was. Hij kwam niet echt bij en had ook overgegeven in de auto. Ik gaf zijn vrouw de raad om er een dokter bij te halen, omdat ik een delirium vreesde. Maar ze antwoordde laconiek: “Leg hem maar in zijn zetel ginder. Morgen is dat allemaal over, we kenne dadde!” Het daaropvolgende jaar is de gratis drank dan toch geschrapt. Blijkbaar was mijn boodschap dan toch goed overgekomen bij mijnheer Jacques.

Een andere taak was de administratieve begeleiding met de nodige doorverwijzingen, onder andere zaken in verband met de kinderbijslag en de mutualiteit. Die vraag nam mettertijd toe.

Aan mijnheer De Porre bewaar ik zeer mooie herinneringen. Zo kende hij zijn personeel zeer goed en had hij altijd het beste met hen voor. Dat verklaart waarom sommige mensen nog altijd emotioneel reageren wanneer de naam van Jacques De Porre valt. Hij startte steevast zijn werkdag met het aantrekken van zijn kiel, door de fabriek te stappen en iedereen te groeten. Het gebeurde wel meer dat  hij mensen uit de fabriek die het minder breed hadden, stiekem financieel steunde. Eén keer was er een arbeider uit de fabriek getroffen door een nachtelijke woningbrand. De dag liet mijnheer Jacques mij onmiddellijk een bankrekening openen en stortte er zelf een bedrag op: één uit eigen naam en één uit naam van de firma. Vervolgens kon het personeel een vrije bijdrage storten om dat gezin te helpen.

In het begin van mijn loopbaan, ging mijnheer Jacques naar Marokko om er textielfabrieken te bezoeken. Aan de beste arbeiders vroeg hij om naar België te komen werken. Niet veel later kwamen de eerste gastarbeiders hier toe en gingen ze in De Porre aan de slag. Mijnheer Jacques vroeg me vervolgens om de arbeids- en verblijfsvergunningen in orde te maken en om op zoek te gaan naar een woonst voor die gezinnen, met het nodige meubilair, dat soms van mensen uit De Porre kwam. De Marokkaanse en Turkse arbeiders werden in De Porre tewerkgesteld aan dezelfde voorwaarden als de arbeiders van hier. Ook bracht ik er huisbezoeken en hielp ik die mensen mee bij het zoeken naar een school voor de kinderen. Ik werd er, als wijze van bedanking, al eens getrakteerd op een theemoment.
In de fabriek werden die eerste twee gastarbeiders met enige terughoudendheid benaderd, maar het waren goede, stille werkkrachten.

Mijnheer De Porre heeft nog geprobeerd om het personeel warm te maken om hun kinderen naar de textielschool te sturen, om zo de toekomst te verzekeren. Ik werd hiervoor drie jaar lang, tegen het einde van ieder schooljaar, ingeschakeld, maar kreeg vaak het deksel op de neus, omdat het een slecht betaalde sector was.  

Niettegenstaande ik in het begin van mijn loopbaan dacht dat die job niets voor mij zou zijn, heb ik hier echt heel graag gewerkt.  De Porre heeft me, zovele jaren later, eigenlijk nooit los gelaten. Heel jammer dat de fabriek gestopt is. Een echt faillissement was het niet; alle mensen zijn nog uitbetaald geworden en alle bestellingen zijn nog afgewerkt. Intussen werkte Jacques De Porre verder met de curatoren, zolang het personeel correct kon uitbetaald worden. Ook dat tekent mijnheer Jacques.

Ik vind het schitterend dat deze site een nieuwe toekomst krijgt en vindt het een eerbetoon aan mijnheer Jacques en het personeel van weleer, dat de naam De Porre op die manier behouden blijft."

Meer over: 

Monique Onghenae (Foto: Brecht Van Maele)

Ontdek de verhalen van de Gentse Raconteurs

Heb je zelf een boeiend verhaal over je wijk? Over een markant figuur, een bijzondere plek, een opmerkelijke gebeurtenis?
Deel het op dit platform. Voeg je tekst in, laad een passende foto, video of audiofragment op, duid de wijk aan (adres of locatie) en publiceer. In het aparte tabblad bovenaan vind je een handige handleiding.
Wil je zelf mee op jacht naar interessante verhalen in je wijk en als reporter aansluiten bij de Gentse Raconteurs? Contacteer dan David Slosse, telefonisch op 0475 73 04 64 of via raconteurs@stad.gent