Verhalen van onder het stof - Irène Morel

08 oktober 2018door Dienst Beleidsparticipatie

Irene Morel was mecanografe van 1949 tot 1980 in gewezen textielfabriek De Porre in Moscou-Vogelhoek. Zij blikt terug op die jaren.

De Porre: in de wijk Moscou-Vogelhoek klinkt de naam al lang als een klok. Van 1907 tot 1980 gonsde het hier van de bedrijvigheid en vormde deze textiel- fabriek het kloppende hart van de wijk. De lakens van De Porre waren alom gekend voor hun uitstekende kwaliteit.

Het is intussen bijna 40 jaar geleden dat De Porre de fabriekspoort voor een laatste keer dicht trok. Het sluitstuk van een lange, rijke geschiedenis. We konden nog acht voormalige werk- nemers opsporen die bereid waren hun verhaal te vertellen over hun stukje De Porre.

Irène: "Mijn eerste werkdag was ik een beetje bang. Ik kwam hier binnen in een bedrijf waar de bazen onderling meer Frans spraken dan Nederlands. Ik kreeg een rondleiding met uitleg over de telefoons, het klassement en de briefwisseling.

In mijn begindagen bij De Porre werd er nog veel over de oorlogsschade gesproken, want de site was tijdens WO II zwaar gebombardeerd. Er bestond daar een apart dossier van.

Onze werkuren waren van 8.15u tot 12.15u en van 14.15u tot 18.15u. Door die lange middagpauzes waren dat wel lange werkdagen, zeker in de winter. Over de middag ging ik naar huis met tram 9. Ik noemde dat ‘de slek’, omdat die tram er zo lang over deed en vaak, aan het Arsenaal voor de barrière stil stond. ’s Avonds kwam ik vaak pas om 19u thuis. De meeste mensen kwamen in die tijd te voet of met de fiets.

Ik moest in een apart bureel zitten, omdat de machines waar ik de bilans mee opmaakte, te luidruchtig waren. Af en toe lagen mijn vingers open door het vele duwen op die machine. We moesten daar de factuur en carbonvellen manueel indraaien, soms tot 15 exemplaren. Later werden die carbonvellen er op voorhand al tussen gestoken.

Later ben ik eens met André Desomville en mijnheer De Porre naar Brussel mogen meegaan om een nieuwe machine: de SIMAG, zeg maar de voorloper van de computer. Die had van die grote bakken opzij en was zo goed als geluidloos. De bilans die we daarop maakten, klopten altijd als een bus. Dat had mijnheer De Porre natuurlijk graag.

In de gouden jaren exporteerden we tot 80 en 100 ton balen naar Australië. Ook Libanon was een goede afzetmarkt.  En later veel flanel naar Duitsland. De kwaliteit van onze lakens was erg goed. Nog altijd slaap ik in lakens van De Porre. In mijn kast liggen er zelfs nieuwe die nog in de verpakking zitten en mijn zus haar zolder ligt nog vol. Zij kocht veel in de solden bij De Porre.

Tijdens de Gentse Feesten ging de concierge met vakantie en nam ik enkele taken over. Zo waste ik de wagens van De Porre: een Bentley en een Mercedes. Dan mocht ik al eens meerijden.

Mijnheer Jacques De Porre had mij graag. Hij zei altijd: “Irène, elle sait tout faire”. Hij was een sympathiek man, ingetogen en zeer vriendelijk tegen het werkvolk. Tegelijk was hij een baas die ook kon zeggen waar het op stond.  Zo kon hij niet verdragen als er mensen stonden te babbelen in plaats van te werken.  Met ons sprak hij Frans, maar als hij bij het werkvolk kwam, schakelde hij vlot over naar het Gents. We zeiden soms: “De dag dat Romain De Coninck van de Minard sterft, zal mijnheer De Porre hem wel vervangen”. 

Meer over: 

Irène Morel (Foto: Brecht Van Maele)

Ontdek de verhalen van de Gentse Raconteurs

Heb je zelf een boeiend verhaal over je wijk? Over een markant figuur, een bijzondere plek, een opmerkelijke gebeurtenis?
Deel het op dit platform. Voeg je tekst in, laad een passende foto, video of audiofragment op, duid de wijk aan (adres of locatie) en publiceer. In het aparte tabblad bovenaan vind je een handige handleiding.
Wil je zelf mee op jacht naar interessante verhalen in je wijk en als reporter aansluiten bij de Gentse Raconteurs? Contacteer dan David Slosse, telefonisch op 0475 73 04 64 of via raconteurs@stad.gent