Verhalen van onder het stof - Eddy Helderweirdt

22 oktober 2018door Dienst Beleidsparticipatie

Eddy Helderweirdt, was van 1974 tot 1980 laineerder in textielfabriek De Porre in de wijk Moscou-Vogelhoek en blikt terug op die jaren.

De Porre: in de wijk Moscou-Vogelhoek klinkt de naam al lang als een klok. Van 1907 tot 1980 gonsde het hier van de bedrijvigheid en vormde deze textielfabriek het kloppende hart van de wijk. De lakens van De Porre waren alom gekend voor hun uitstekende kwaliteit.

Het is intussen al 34 jaar geleden dat De Porre de fabriekspoort voor een laatste keer dicht trok. Het sluitstuk van een lange, rijke geschiedenis. We konden nog acht voormalige werknemers opsporen die bereid waren hun verhaal te vertellen over hun stukje De Porre. We laten aan het woord: een wever, een broer en zus uit de spinnerij, een laineerder, een hoofdboekhouder, een mecanografe, een poetsvrouw en een infirmière. Hun getuigenissen beslaan de periode 1949 – 1980.  

Eddy: "Ik ben begonnen in de spinnerij en moest er spoelen aftrekken aan de machines. De meesteres vond mij zodanig onvoldoende, dat ze mij een andere job aanbood: de ganse dag buizen uitkuisen, waardoor mijn handen helemaal open kwamen te liggen. Iemand zag dat en gaf mij een mesje om zo mijn handen wat te sparen. Ik volgde die raad op, maar kerfde daarmee die buizen kapot, waardoor ik nog meer op mijn donder kreeg.

 

Daarna had Marcel Van de Velde iets nieuws in petto voor mij: ik mocht in overdag gaan. Dat betekende de mankementen aan de spinmolen, de banden en zo herstellen. In die ploeg was ik al snel het vijfde wiel aan de wagen en het was er ieder voor zich. Daarom vloog ik naar de lainage, iets wat ik toen niet kende. Ik werd er aan de plooimachine gesteld. In de lainage werd via de weverij en de meetkamer wol naar boven getrokken om er lakens van te maken. Stel  het u voor: ik moest er als snotneus, leren naaien met ijzeren draad rond de tamboer. Vaak schoot die ijzeren draad los en kregen we onder ons voeten.

Vervolgens verhuisde ik naar de balencontainer, waar ik de grote balen met haken moest stapelen. Niet veel later kwam Marcel Van de Velde mij weer overplaatsen, deze keer naar de breker: daar werden balen katoen met een bijl open gekapt. Er was katoen uit Turkije, Griekenland, Italië, Marokko, … Dat werd vervolgens gemengd met de grondstoffen en zo naar de hangmachine, naar de kaarters, naar de bommerij en zo naar de spinnerij, waar de spoelen gemaakt en gewassen werden. In de bommenage gebeurde het laineren: de garens op de bobijnen trekken, om tot slot naar de weverij te gaan.

De lakens konden gewoon effen of gekleurd gedrukt worden. Er waren drie standen: ecru, ebrun en ibis. En dan was er nog velours, dat was pekzwart. Op de scheermachine konden we op een scherm kijken om de wol nog beter van kwaliteit te maken. Het zwaarste textiel was molton. Dat moesten wij plooien, zodat het kon vertrekken naar de confectie-afdeling.  

Toen ik als snotneus begon op de spinmolens, was ik wreed benauwd om die spoelen te pakken aan dat hoge toerental. Bij de minste misgreep, lagen je handen open. Er was ook heel veel laweit in de fabriek.Toen ik in overdag stond, moesten we onderaan de molens met een tamboer een soort banden lassen met een opgewarmde tang. Dat gebeurde zonder veiligheidshandschoenen, wat dat kenden ze wellicht niet. Bij het nijpen, gebeurde het wel vaker dat we onze handen verbrandden.

Er was eens een laken doorgescheurd, omdat het slecht genaaid was. Mijn ploegbaas wilde er naar pakken, maar door de snelheid van die grote tamboeren is dat wreed gevaarlijk. Zijn handen werd meegetrokken in de rollen en op 1-2-3 waren de tsjoepen van zijn vingers er af.  

In de lainage was eens brand uitgebroken en nog geen kleintje ook! Mijn ploegbaas riep: “Mijn lainage staat in brand!” De pompiers waarschuwden om zeker niet naar binnen te gaan, maar hij deed het toch. Een beetje later stond hij zelf in brand. Ze hebben hem over de grond moeten rollen en hem staan blussen, de goestingdoener.
Ik was ook benauwd van de statische elektriciteit in de lainage, vooral in het putje van de winter. Uit de machines schoten dan soms vlammen tot 30 cm. De oude garde riep dan: “Snotneuze, ge moet daar niet benauwd van zijn, hangt er een natte vodde aan.” Toen ik dat deed, bleef ik er nog meer aan hangen.

Ik ben begonnen in twee ploegen. Het lastigste vond ik toch de vroege. Dat was om 4 uur uit mijn bed en met mijn velootje van de Pluimstraat in Gent naar De Porre.  Het liefst van al deed ik de nacht of de late. Tegenover de ouwe garde moest ge wel uw manneke kunnen staan. Ze lieten mij soms ook opdraven op zaterdag, van 5 uur ‘s ochtends tot 1 uur ‘s middags.

In die tijd gebruikten we ons kwartierke pauze om rap een sigaretje te gaan roken. Onze boterhammen aten we rechtstaand aan de machines. Op de tijd gold streng toezicht. Wie een minuut te laat terug was, kreeg dat subiet te horen van de opzichter.

Met de grote bazen hadden we eigenlijk een goed contact. Van mijn ploegbaas kon ik nooit lang verlof krijgen om op reis te gaan. Toen Jacques Van Huffel dat op een dag hoorde, tekende hij subiet mijn verlofbriefke en mocht ik toch gaan.

In 1980 verdiende ik 26.000 BEF netto. Na de sluiting van De Porre ben ik overgestapt naar de Sidac. Daar verdiende ik maar 2.000 BEF meer, maar moest er wel in drie ploegen mijn botten afdraaien.  Zogezegd zit ge in de chemie altijd goed, maar kijk, een mens komt er meestal pas achter als het al te laat is. 

Het einde van de Porre werden we gewaar aan de kwaliteit van de lakens die we laineerden. Door te weinig grondstoffen, konden we op het einde de lakens bijkanst vaneen trekken. Er werd van hogerop te veel gefoefeld onder de tafel en zo is De Porre beetje bij beetje over de kop gegaan. En dan was het van iedereen buiten. Wij hebben nog een maand gestaakt, maar dat heeft niets geholpen."

Meer over: 

Eddy Helderweirdt (Foto: Brecht Van Maele)

Ontdek de verhalen van de Gentse Raconteurs

Heb je zelf een boeiend verhaal over je wijk? Over een markant figuur, een bijzondere plek, een opmerkelijke gebeurtenis?
Deel het op dit platform. Voeg je tekst in, laad een passende foto, video of audiofragment op, duid de wijk aan (adres of locatie) en publiceer. In het aparte tabblad bovenaan vind je een handige handleiding.
Wil je zelf mee op jacht naar interessante verhalen in je wijk en als reporter aansluiten bij de Gentse Raconteurs? Contacteer dan David Slosse, telefonisch op 0475 73 04 64 of via raconteurs@stad.gent