"Moscou is een gevoel!"

17 juni 2020door Dienst Beleidsparticipatie

“Ik keer altijd graag terug naar Moscou”, bekent Pascal Verbeken. “Want hier is het voor mij allemaal begonnen. Bij meester Walter.”

Ruilhandel van prentjes op de koer van het lagere schooltje in de Gontrodestraat, Moscou: 'Eén keer Merckx tegen Agostinho, Poulidor én Zoetemelk. Euh nee, óók nog wereldkampioen Monseré erbij!' Het was recent een berichtje op Facebook van Pascal Verbeken, schrijver, journalist en documentairemaker. Genoeg redenen om hem te vragen naar een gegidste wijkwandeling en ons zo een paar passages mee te laten stappen doorheen zijn jeugdjaren. Pascal (55) groeide immers op aan het Arsenaal en voelde zich nauw verbonden met Moscou. Als startpunt van de wandeling kiest hij als vanzelf voor de voormalige lagere jongensschool, het startpunt van zijn leven. Want een mens zit nu eenmaal opgezadeld met zijn eigen jeugd. “Ken je dat nummer van Jean Ferrat?”, vraagt hij mij. “Nul ne guerit jamais de son enfance.”
 

Zware verzuiling, crisis en werkloosheid

We spreken af aan het smalle poortje van de voormalige katholieke jongensschool Sint-Gregorius, intussen ruim dertig jaar de vaste stek van beeldend kunstenaar en interieurontwerper, Pieter Tinel. Een leeftijdsgenoot, zo blijkt. Beiden groeiden op in het andere deel van Gentbrugge, aan de overkant van de steenweg.

Het duurt een tijdje voor we aanbellen, want Pascal komt meteen op dreef in het opgraven van zijn jeugdherinneringen.  Pascal: “De jaren 1960 en '70 waren in België een tijdperk van zwaar doorgezette verzuiling: de katholieken versus de vrijzinnigen. Je kon die tweespalt zelfs aflezen in de keuze aan winkels en scholen. In grote lijnen kwam het erop neer dat het Arsenaal, met zijn sterk uitgebouwde KWB, katholiek was en Moscou socialistisch. De parochie speelde toen nog een belangrijke rol, maar toch was de ontkerkelijking stevig ingezet. We gingen met de lagere school in de Gontrodestraat één keer per jaar naar de kerk en ik heb mijn eerste en plechtige communie gedaan, maar verder heb ik nooit een voet in de kerk gezet. Dat was bij de meeste van mijn klasgenoten niet anders. De hechte band en soms vermenging tussen de buurten ‘Moscou’ en ‘Arsenaal’ situeerden zich voor een groot stuk daar: beide wijken vormen samen de Sint-Eligiusparochie. De katholieke kleuterschool en de parochiekerk bevonden zich aan het Arsenaal, de katholieke lagere school en de parochiale Kring trof je in Moscou. Daar kwamen dezelfde mensen.” Voor de middelbare school van Sint-Gregorius moest je naar Ledeberg, vandaag heet die school: Benedictuspoort.”

Zelf groeide Pascal op aan het Arsenaal, de buurt rond de Sint-Eligiuskerk aan de overkant van de Brusselsesteenweg. “We woonden in een huis in de Maurice Verdoncklaan. Het was het tijdperk van de eerste badkamers, de intrede van de centrale verwarming en zoveel meer. De Expo van 1958 had veel voorspoed en welvaart voor iedereen voorspeld, met de gouden jaren zestig als gevolg. Halfweg de jaren zeventig braken echter zwaardere tijden aan, met de oliecrisis, veel werkloosheid en stakingen, onder meer bij de NMBS. Zo zie ik nog voor mij: op de betonnen schuttingen langs de spoorweg, in koeien van letters het opschrift RATTEN.
 

Echte Moscovieten

Hoewel hij een groot deel van zijn kindertijd genoten én gesleten heeft in Moscou en hoezeer de spoorwegen ook voor hem van kindsbeen af een belangrijk gegeven waren, hij zou zichzelf nooit een echte Moscoviet noemen. “Dat komt alleen toe aan de uiteindelijk zeer kleine groep Gentenaars die in enkele straten rond tuinwijk Ter Heide en De Porre, en bij het spoorwegemplacement wonen”, verduidelijkt Pascal. “Moscou is een gevoel”, vat hij het mooi samen. “Officieel is de wijk die tot aan de Brusselsesteenweg reikt veel groter dan wat de echte Moscovieten zullen aanduiden als ‘Moscou’. Voor mij zijn dat alleen wat ik de 'Louis-Paul Boonstraten' noem, die ingeklemd zitten tegen het spoor en de straten rond Tuinwijk ter Heide. Trouwens, in Charleroi bestaat ook een wijk Moscou, die erg lijkt op het Gentse Moscou. Weliswaar, geen spoorwegwijk daar.”

“De ruimere wijk kent een veel grotere verscheidenheid”, weet Pascal. “Zo zijn straten als de Alfons Biebuycklaan veel residentiëler en in niets te vergelijken met Moscou. Een ander opvallend gegeven is dat de grote migratiegolf die Gent gekend heeft, als het ware uitgedeind is aan de voet van Moscou-viaduct.” Ook de voormalige textielfabriek De Porre telde maar weinig werknemers met een migratieachtergrond. Tot vandaag kan je wat dat betreft, Moscou niet vergelijken met het naburige Ledeberg.

Sinds enkele jaren trekt Moscou opvallend veel jonge gezinnen aan, die er nog een betaalbaar huis vinden en het renoveren. Het wijkpark De Porre is de nieuwe draaischijf van sociaal verkeer geworden.
 

De jongensschool: bij meester Walter

Eenmaal de smalle schoolpoort voorbij, belanden we op wat zovele jaren een rumoerige speelplaats vol ravottende jongens was en nu herschapen is in een oase van rust, groen en water. Het contrast is opmerkelijk. De combinatie van het strakke tuinmeubilair en plantenbakken in cortenstaal met de volgroeide bomen werkt wonderwel. De natuurlijke vijver en de waterelementen bieden een extra dimensie. Een waar levenswerk en een lust voor het oog. De hand van Pieter Tinel is hier in alles aanwezig, tot de vogelkastjes toe. Het oorspronkelijke schoolgebouw is, na een doorgedreven renovatie, nog erg herkenbaar. De granito trap is nog altijd dezelfde en Pascal weet de klaslokalen nog een voor een foutloos op nummer te brengen.

Pascal: “Op de speelplaats stond een grote mooie lindeboom. Ik herinner me dat de stam diende om de bordenwissers op uit te kloppen. Dat was dan een van de taken voor de kinderen.” Het is meteen duidelijk dat deze plek voor de schrijver symbolisch van belang is. Pascal: “Hier was het dat ik begin jaren zeventig leerde lezen en schrijven, bij meester Walter. En de leraar van het vijfde was een begenadigd verteller, dat weet ik nog goed. De liefde voor verhalen heb ik onder meer aan hem te danken.” Pascal voegt de daad bij het woord, slaat zijn boek Grand Central Belge open en leest een passage voor over zijn jeugdjaren in Moscou en over dit schooltje, de plek waar het bij hem allemaal begon.

“Destijds trok de meester tot aan de Brusselsesteenweg om ons, kinderen van het Arsenaal in rangen te begeleiden tot aan de jongensschool in de Gontrodestraat”, vertelt Pascal. “En eenmaal per jaar trokken wij op woensdagvoormiddag naar Ledeberg, voor de kermis. Opmerkelijk detail: de prijzen die er te rapen vielen, waren in hoofdzaak neerhofdieren: kippen, hamsters, cavia’s,… Je zag er meerdere kartonnen dozen waarin tal van piepende kuikens opgehokt zaten.”

Voor het middelbaar trok Pascal naar het college in Ledeberg.” Ik heb Latijn-Wetenschappen gevolgd, de enige richting die ze in de Latijnse hadden. Helaas een richting met veel wetenschappen en wiskunde, want daarin was ik archislecht. Ik had in een talenrichting moeten zitten, maar die bestond niet op Sint-Gregorius – Ledeberg. Het was zogezegd de school waar vooral de slimmeriken naartoe trokken, maar achter beschouwd hebben die zes jaren college in Ledeberg een grijze dweil over mijn jeugd getrokken.”
 

Tuinwijk ter Heide

We vatten onze wijkwandeling aan en houden een eerste tussenstop op het grasplein in Tuinwijk ter Heide. “Weet je, ik ben het concept van tuinwijken best genegen”,  vertelt Pascal. “In Brussel weet ik toch van het bestaan van een twintigtal van dergelijke wijken. Tuinwijk ter Heide zie ik als een soort enclave in de wijk, met een sfeer die neigt naar begijnhoven, doordat alle huizen hier gelijkwaardig zijn en gericht zijn naar een gemeenschappelijk plein. Dat maakt dat de mensen mekaar hier ook kennen en ontmoeten. Het is een idee dat zovele decennia later overeind blijft en dat wil toch iets zeggen. Typisch hier zijn de vele doorgangen onder de vorm van poortgebouwtjes. Je kan de wijk in en uit waar je maar wil.”

Het plein roept bij Pascal ook oude herinneringen op. “Je kan het haast niet geloven, maar hier stond onze turnzaal. Het ging om een verroeste ijzeren barak met een plankenvloer en een potkachel als verwarmingselement. Ernaast bevond zich een klein lokaaltje waar het jaarlijkse tandonderzoek gevoerd werd.”
 

Buurtwinkels

In de jaren zeventig telde Moscou niet al te veel buurtwinkels, zo blijkt. Pascal. “Er was een kruidenier van de coöperatieve COOP, een bakker, een spar… De reden was dat je alles vond aan de Brusselsesteenweg. En je had twee grote markten: op zondag in Ledeberg en op maandagvoormiddag in de Schooldreef. Bij ons, aan het Arsenaal, had je wel meerdere handelszaken, zoals een schoenwinkel, een platenzaak, enzovoort.” Met Ledeberg hadden wij zo goed als geen connectie.” Wel zou Moscou, zoals overal, tientallen cafés gekend hebben. “Doorgaans trouwe KAA Gent-nesten”, weet Pascal. Moscou en Arsenaal zijn altijd hevige blauw-wit bastions geweest. Met het Jules Ottenstadion in de achtertuin hoefde dat niet te verbazen. Ik mis dat stadion wel: je stond er als supporter veel dichter bij het voetbalspel.”
 

De jeugd van Moscou

We staan even voor de oude gemeenteschool (nu: Sportschool Stad Gent) in de Jules de Saint-Genoisstraat en ontwaren in de wit geverfde gevel de gekapittelde woorden BEWAARSCHOOL GEND JONGENS MEISJES
“Hier heb ik nog dactyloles gevolgd”, lacht Pascal. “Minder aangenaam was dat die lessen plaatsvonden op zondagochtend. Verder viel er in deze wijk als kind of jongere niet al te veel te beleven. De KWB had een pingpongclub en er was het jeugdhuis Esmoreit. Daar trok ik niet vaak heen, hoewel ik er ooit voor het eerst de film Woodstock mocht aanschouwen.” Ik frequenteerde meer jeugdhuis Anthos in Merelbeke-Flora. Jongeren hielden zich ook vaak gewoon wat bezig op straat of prutsten wat aan hun brommers: een Yamaha RD, een Honda MT5 , een Zundapp of Aprilia. Het waren in zeker opzicht ook rauwere tijden, waarbij jongeren al sneller eens op de vuist gingen met elkaar en sommige wijken gevreesd waren om hun jeugdbendes.”
 

De voetgangerstunnels

Een gekend straatgezicht in Moscou zijn de voetgangerstunnels die bepaalde straten met elkaar verbinden. Ze hebben tegelijk iets grappigs (je stapt ondergronds naar een andere straat) en iets sombers. Maar bovenal wijzen ze op de alom aanwezigheid van de spoorwegen in Moscou. Het zijn die sporen die het karakter van de wijk bepalen, zoals pakweg het water dat doet voor Muide-Meulestede. Pascal: “De vele, brede spoorlijnen, de werkplaatsen, de arbeidershuisjes, het Arsenaal, alles stond hier in het teken van het spoor. De ‘kleine mens’ werkte bij het spoor, maar je moet weten dat de spoorwegen de mensen verbond in een veel groter verhaal. De Belgische spoorwegmaatschappij straalde vele decennia een ware grandeur uit en stond nationaal symbool voor de grote vooruitgang. België genoot met zijn doorgedreven staalindustrie wereldwijd veel aanzien. Het gekende logo met de B in een ovaal, nota bene een ontwerp van Henri Van de Velde, verbeeldt die kracht. Te kunnen meebouwen aan dat stuk van nationale trots was voor veel mensen niet niets. Het gaf betekenis aan hun arbeid. Wat dit mooi illustreert, is de typische groene kleur van de NMBS-wagons. Die zag ik als kind vaak terugkeren in de wijk, tot in poorten en voordeuren toe.” 

“Treinen doen nadenken”, besluit Pascal wat metaforisch. “Ze staan voor aankomen en vertrekken, als een poort naar mogelijkheden.”

 
      

Meer over: 

Pascal Verbeken leest voor uit zijn boek Grand Central Belge

Ontdek de verhalen van de Gentse Raconteurs

Heb je zelf een boeiend verhaal over je wijk? Over een markant figuur, een bijzondere plek, een opmerkelijke gebeurtenis?
Deel het op dit platform. Voeg je tekst in, laad een passende foto, video of audiofragment op, duid de wijk aan (adres of locatie) en publiceer. In het aparte tabblad bovenaan vind je een handige handleiding.
Wil je zelf mee op jacht naar interessante verhalen in je wijk en als reporter aansluiten bij de Gentse Raconteurs? Contacteer dan David Slosse, telefonisch op 0475 73 04 64 of via raconteurs@stad.gent