Jade en Linda

05 december 2018door Dienst Beleidsparticipatie

Dubbelinterview met Jade Philippeth en Linda Dua over opgroeien in de wijk. Verhaal opgetekend door de Raconteurs van Macharius-Heirnis.

Linda Dua is 64 jaar en woont al haar hele leven in de wijk. Ook haar ouders en grootouders woonden hier al. Ze heeft nog 2 zussen. Momenteel woont ze in de Zalmstraat. Ze is getrouwd met Roger (postbode op rust) en heeft 1 zoon: Tony. Ze werkte enkele jaren als kleuterjuf en is later onthaalmoeder geworden. Eerst ving ze kindjes op bij haar thuis in de Zalmstraat. Later in een aparte woning in de Forelstraat (stukje Forelstraat over de ring).

Jade Philippeth is 17 jaar. Ze is geboren (thuisbevalling) en opgegroeid in de Forelstraat. Als baby en peuter werd ze goed verzorgd door onthaalmoeder Linda Dua. Ze ging naar de kleuter- en lagere school in Het Trappenhuis in de Lucas Munichstraat en zat ook een tijdje in de chiro in de wijk. Nu zit ze in het laatste jaar secundair onderwijs in De Wingerd. Jade heeft nog een zus Myrte (19). Haar ouders Koen en Chris zijn uit Limburg ingeweken Gentenaars die al 24 jaar (Koen) en 20 jaar (Chris) in de wijk wonen.

 

Linda: “We lieten een antenne zetten en iedereen kwam bij ons naar de tv kijken.”

Jade: “Mensen die ik nu leer kennen, en dat ik dan ontdek : hé… die zaten bij dezelfde onthaalmoeder.”

 

Allemaal tesamen

Linda: "Het was hier eigenlijk een heel gelukkig leven in de wijk. De kinderen van de buurt hokten altijd samen en de jongens speelden met de meisjes, allemaal door mekaar. Binnen speelden we spelletjes of kaartten we. Buiten op straat – in de beluiken in de Karperstraat – konden we bikkelen of knikkeren. Er waren weinig auto’s op straat, dus dat was veilig. En op de Vlaamse Kaai die vroeger een aarden weg was, leerden al de kinderen van Heirnis fietsen.

En die aardeweg ging zo door op de Heirnislaan, maar wel veel smaller. Daar op de Heirnislaan stond een krantenaubetje. En bij de spoorweg en de overweg reed de tram. Mijn oudste zus Monique heeft daar bijna onder de tram gezeten. Mijn vader had dat zien gebeuren en heeft daarna de geelzucht gekregen. De dokter dacht dat het een dodelijke geelzucht was. Omdat hij zo erg ziek was wilde mijn moeder hem een tv cadeau doen. Toen hebben ze in het donker met fares op het dak een antenne laten plaatsen. Gelukkig is mijn vader er doorgekomen, maar vanaf dan kwam iedereen uit de Karperstraat tesamen naar de televisie kijken bij ons. Er waren toen nog niet veel tv’s en ook niet veel auto’s. De melkboer, juist 2 huizen voorbij de beenhouwer Nestor, had een open vrachtwagen met zo’n zeil over. Daar werden houten banken in gezet en dan gingen wij daar allemaal opzitten. Dan moesten we ons goed vasthouden en zo reden we tesamen naar de zee!"

Jade: "Ik herinner me dat ik vroeger heel vaak naar de overkant van de straat of wat verderop in de straat liep om met vrienden en vriendinnen uit de buurt te gaan spelen. En de speelstraten in de Eendrachtstraat, dat weet ik ook nog altijd supergoed. We speelden dan vooral met al iets oudere kinderen, die we eigenlijk niet zo goed kenden, maar die leerde je dan wel kennen op de speelstraat. In de speelstraat kon je niet echt ravotten, want dat was op straat, maar wel skateboarden of rolschaatsen of voetballen of zo … eenwieleren deed ik ook altijd daar … of krijten natuurlijk …"

Linda: "Met de speel- en leefstraten die er nu zijn, zit iedereen buiten, jong en oud. Ze doen een praatje met elkaar en zo leer je mekaars kinderen kennen. Er zijn nu veel jonge mensen in de wijk en véél kinderen. In de Zalmstraat zijn er nu al in de 60 kinderen, ja, … vruchtbare grond!"

Jade: "We gingen ook wel vaak naar het Rommelwaterpark spelen, want daar woonden veel kinderen van onze school. Die huizen komen uit aan het park en daar is ook zo’n voetbalpleintje. Ik ga daar nu ook soms nog naartoe, om te voetballen. Ah ja, en naar het Drakenparkje gingen we soms ook. Dat was altijd een uitstapje, omdat dat een beetje verder was. We keken daar naar uit, omdat dat een groot park is met chique speeltuigen. Ja, dat was altijd heel leuk."

 Linda: "Als onthaalmoeder ging ik vaak met de kindjes naar het Astridpark. Daar was een speeltuintje voor de kleintjes. De speeltuigen in het Rommelwaterpark zijn meer voor grotere kinderen. Dat was moeilijker om daar op te geraken. Ik had zelf een dubbele buggy en kon soms een tweede dubbele buggy lenen van iemand in de straat en dan gingen mijn zoon Tony en ik met die twee dubbele buggy’s met langs beide kanten nog kindjes opzij naar het park, dat ging goed."

Jade: "In het Lousbergpark zijn er nu ook wel leuke speeltuigen, die niet zo typisch zijn, met dat hout. Je ziet dat nu ook meer en meer, bijvoorbeeld in het Bijgaardenpark, daar is dat ook zo. Dat is ook wel echt leuk, en met die bergen als het sneeuwt, kan je daar op sleeën, dat is ook echt superleuk."

Linda: "Ja, het Bijgaardenpark is wel leuker dan in het Lousbergpark, want daar staan geen bomen in, met kleine kinderen heb je daar weinig schaduw, dat is wel spijtig."

Jade: "Nu kom ik niet meer veel in de parken. Ja soms in de winter om te spelen met de sneeuw of om te sleeën, maar voor de rest niet superveel meer. Nu gaan we soms wel nog naar De Baere om chips te kopen en dan gaan we dat opeten in het Lousbergspark, maar meestal zitten we binnen of gaan we naar ergens anders buiten de wijk, naar de stad of zo of naar de Blaarmeersen. We blijven dus niet meer echt in de wijk, niet zoals vroeger."

 Linda: "Ik kom ook nog heel weinig in het park. Ik ben vooral bezig met knutselen, mijn schade aan het inhalen, cursussen aan het volgen en zo, waar ik vroeger allemaal geen tijd voor had. Want als onthaalmoeder begint ge vroeg en eindigt ge laat. 
Wat ik wel nog doe is gaan petanquen in de Horizon. Wat veel mensen niet weten is dat daar aan de achterkant een parkje is met petanquepleinen en fitnesstoestellen die je gratis kan gebruiken.

Onthaalmoeder ‘mama Linda’

Linda: "Toen onze zoon geboren was, zag ik het niet zitten om hem uit te besteden om buitenhuis te gaan werken en dan ben ik als onthaalmoeder begonnen. Ik ben 23 jaar onthaalmoeder geweest. Eerst thuis in de Zalmstraat en dan later in de Forelstraat. Het waren niet altijd kindjes van de buurt die bij mij kwamen, want ik ben een tijd bij Solidariteit voor het gezin geweest en die stuurden dan andere mensen, die van ergens anders kwamen, voor wie het het goed uitkwam om hun kinderen bij mij te plaatsen omdat ze hier passeerden om naar hun werk te gaan. En er zijn ook veel kindjes geweest van de Steinerschool, want in het begin mochten die maar vanaf 4 jaar halve dagen naar school gaan. Dus die kwamen tot hun 4 jaar bij mij, en dan nadien nog halve dagen. De onthaalmoeders mochten zelf kiezen of ze enkel kleintjes wilden, maar ik pakte dus kleintjes en grotere. Dat was gemakkelijk om broertjes en zusjes op te vangen in de vakantie."

Jade: "Ik was een van die kinderen die naar ‘mama Linda’ ging. Ik herinner me vooral de lekkere spaghettisaus, gemixt, met veel vlees altijd! Verder herinner ik me vooral de foto’s waarop ik samen met andere kinderen sta, die later nog altijd mijn vrienden waren en waarvan ik dan besefte dat ik hen echt al superlang kende. Of ik leer nu soms ook nog mensen kennen en ontdek dan: hé … die zaten bij dezelfde onthaalmoeder! Dat is ook al een paar keer gebeurd."

Naar school

Linda: "Spijtig genoeg is het schooltje in de Eendrachtsstraat weggegaan, hé. Het schooltje met de toren. Mijn ouders zijn daar naar school geweest. Mijn vader zat in een rolstoel en er waren altijd twee kinderen die hem naar boven droegen. Ik ben daar ook naar school geweest en mijn zussen ook. Ik heb daar dikwijls op straf gestaan in dat torentje omdat ik graag babbelde. Dat torentje stond vol met kaarten voor de aardrijkskundeles, het was leuk om daar te staan.

Onze zoon is ook nog naar school geweest in de Eendrachtsstraat. Eerst in het Scheldeoord, daar was een kleuterschooltje, waar nu een kribbe is, op de Emiel Moysonlaan en dan is hij naar de Eendrachtsstraat gegaan. Maar toen hij in het derde lager zat, is dat gestopt en is hij verder moeten gaan.
Het schooltje naast ons huis in de Zalmstraat was typisch katholiek onderwijs en daar gingen geen andere mensen dan katholieken naartoe. En de Eendrachtsstraat, dat waren de niet-katholieken. Nu is het schooltje in de Zalmstraat nog steeds katholiek, maar het is meer gemengd nu, er zitten daar allerlei soorten kinderen."

Jade: "Ik ben naar school geweest in het Trappenhuis, in Macharius. Voor mij was dat wel een goede lagere school want er waren veel kindjes uit de buurt, ook uit deze straat. De kinderen uit Heirnis fietsten vaak samen naar school. In het heengaan fietste iedereen apart met zijn ouders, maar dan in het terugkomen gebeurde het weleens dat we samen fietsten met één ouder erbij omdat we toch dicht bij ekaar woonden of als we na school bij een vriendje gingen spelen dan fietsten we ook samen met dat vriendje. De weg naar school was wel veilig. Het gevaarlijkste stuk was oversteken aan de Kasteellaan, maar dan moesten we altijd goed opletten van mijn papa en er is nooit iets gebeurd. Als het gevroren had, vielen we soms wel eens. De Ossenstraat en het Spaans Kasteelplein, dat stukje was altijd glad."

De ‘commerce’

Linda: "Mijn grootouders hebben een winkel gehad in de Karperstraat 99, een viswinkel. Mijn grootvader ging rond met een viskar, met zo’n bel – ik heb die bel nog altijd. En mijn ouders hebben een kruidenierswinkel gehad in de Karperstraat 150.

Mijn ouders hebben ook nog een gazettenronde gehad, hier in Heirnis plus in Macharius en het Scheldeoord. Omdat we die krantenronde hadden, ben ik ook nog met mijn moeder binnen geweest in Het Volk. De krantenronde was van verschillende kranten en ’s nachts reden mijn ouders met de camionet van het een naar het ander. Terwijl mijn vader met de auto reed, was mijn moeder van achter al de kranten aan het sorteren, zodat alles klaar lag tegen dat ze thuis kwamen. Dan moest mijn oudste zuster maken dat ze opstond en dan gingen ze allemaal samen de baan op.

De gazetten werden alle dagen besteld, maar op zaterdag moest er betaald worden. Dan gingen wij als kleine kinderen ook mee, met een zakje dat mijn moeder gemaakt had om het geld op te halen in het Scheldeoord. We floten op een fluitje en dan zakten al de mandjes met geld naar beneden.

Vroeger waren er veel meer winkels en cafés in de wijk. De zelfstandigen deden een praatje met elkaar en iedereen kende iedereen bij naam of toch bijna. Maar er was toch ook wel concurrentie, als de een iets verkocht dat hij niet mocht verkopen droegen ze elkaar over.

Nu zijn er veel handelaars weggevallen, zoals bijvoorbeeld een beenhouwer dat hebben we niet meer. Er is daar (op de plek van Freddy) altijd heel mijn leven een beenhouwer geweest, vroeger was het Nestor, voor Freddy. Bij de gebuurtefeesten deed die een speenvarken.

Jade: "Ik herinner mij Guido van vroeger, waar nu De Baere is, de Buurtwinkel. En de bakker naast ons huis. Ik weet nog dat mijn zus en ik dan op zondag een paar centen kregen en in onze pyjama koffiekoeken gingen kopen bij de bakker hiernaast. Die bakker mis ik wel, want de volgende bakker is een beetje verder, dan moet je echt al de fiets nemen.

Feesten!

Linda: "Vroeger waren er meer feesten en er werd uitbundig gevierd, vooral omdat er meer cafés waren die van alles organiseerden. En elke handelaar deed wat. Stoeltjes en tafeltjes buitenzetten en een kraampje om iets te verkopen … Er werden ook bals gehouden, gewoon in open lucht. En er werd een podium gezet aan de ‘rode cité’ zoals wij die noemden. De ‘rode cité’ was den eerste cité, die van de socialisten. Die huizen waren ook in het rood geverfd.
Vroeger was er hier ook een koers en al die wielrenners kwamen hier toe, met familie en kinderen en heel de hoop … ja, dat was hier een overrompeling! En een stoet … met de Kulderkes vroeger.
De feesten waren ook dikwijls in samenwerking met de Dobber, die op de hoek van de Eendrachtstraat was. Daar werden ook altijd feesten georganiseerd, met een podium en en iedereen mocht daar zingen en zo , … zo’n soort van karaoke. Die gaven ook een krantje uit, het Sardientje.
Door de jaren heen ziet ge de kalender van activiteiten veel verminderen. Moest er nu de rommelmarkt (op de gebuurtefeesten) niet zijn, is er eigenlijk niet veel meer hé. De stoet met de Coyendans is er ook niet meer. Met de kinderen en die koeien. Ze zijn zelfs een jaar uit het schooltje van de Zalmstraat gekomen, met die koeien. En Paul, die in de Eendrachtsstraat heeft gewoond, liep dan ook mee, verkleed als pater."

Jade: "Ja, de Coyendans was echt superleuk. Aan die stoet deden we met de lagere school ook mee. Dan moesten we altijd al een week op voorhand een kostuum maken met zo van die opblaashandschoenen als uiers. Ik vind de Coyendans nu nog altijd leuk, omdat ik het nu zo’n beetje van de andere kant meemaak. Vorig jaar heb ik daar gewerkt in de bar en dan zie ik de kindjes spelen, zoals ik vroeger deed … Ik vind het wel echt leuk dat de rollen nu zo een beetje omgedraaid zijn.
Met de rommelmarkt begin augustus waren we niet zo vaak thuis. Ik weet wel nog dat we één keer net van een reis thuiskwamen en dat we al onze valiezen moesten dragen door al die kraampjes en dat er dan ook iemand met een kraam voor onze deur stond.
En wat ik ook nog weet, maar dat was volgens mij maar eenmalig, is dat er in de Eendrachtstraat zo’n superlange tafel stond om spaghetti te eten met heel de buurt samen en dat alle kindjes zich verstopten onder de tafels, waaronder ikzelf ook."

Linda: "Ja, dat was een initiatief van Pier De Cock, die heeft zo’n paar dingen gedaan. Ja, dat was leuk dat hij altijd zo van die dingen organiseerde. Die concertjes op de daken bij die tuinen die allemaal uitkwamen aan de Eendrachtstraat en de achterkant van de Zalmstraat, dat was blijkbaar ook leuk, maar toen waren we niet thuis."

Jade: "Ja, en Astridpark gaat loos! Dat was ook altijd superleuk! Vooral zo die spelletjes … zoals menselijke Tetris met een vorm in een houten plakkaat en dan vielen ze in het water … Ik weet nog dat Luc De Vos daar altijd aan mee deed. En in die treurwilg mocht je dan als Tarzan spelen."

Linda: "Ja in die boom kon je klimmen, dat was een leuke boom … en Luc De Vos heeft daar zo ne grote tak ne keer afgebroken … op zijn hoofd, boem!

De dekenij organiseert nog dingen, maar die mensen worden altijd maar ouder en ouder en de jonge mensen gaan daar niet meer mee meedoen. In de leefstraat doen de jonge mensen wel nieuwe initiatieven."

Ontdek de andere verhalen op dit platform of op de blog van de Raconteurs van Macharius-Heirnis

Meer over: 

Linda (Foto: Carl Bourgeois)

Ontdek de verhalen van de Gentse Raconteurs

Heb je zelf een boeiend verhaal over je wijk? Over een markant figuur, een bijzondere plek, een opmerkelijke gebeurtenis?
Deel het op dit platform. Voeg je tekst in, laad een passende foto, video of audiofragment op, duid de wijk aan (adres of locatie) en publiceer. In het aparte tabblad bovenaan vind je een handige handleiding.
Wil je zelf mee op jacht naar interessante verhalen in je wijk en als reporter aansluiten bij de Gentse Raconteurs? Contacteer dan David Slosse, telefonisch op 0475 73 04 64 of via raconteurs@stad.gent