“Ik mis ze nu wel, mijn oudjes uit de Refuge”

29 mei 2020door Dienst Beleidsparticipatie

Hedwige Rosseel (81) woont naar eigen zeggen op een onbewoond eiland, maar voelt er zich niet eenzaam. Haar oudjes begint ze wel te missen.

Hedwige is een echte Gentse, zo bewijzen haar tongval en haar lange levensloop. Professioneel was ze altijd werkzaam in de Gentse textielsector. Hedwige: “Ik werkte in de UCO-fabriek aan de Blaisantvest, waar ik ook delegee was. In de weverij stond ik aan de tissue naaimachine, waar ik de fouten in de stoffen moest detecteren en herstellen. Op het einde van mijn loopbaan was ik aan de slag als poetshulp in de UCO-toren in Ledeberg.”

Van de barakken tot de blokken

Als kind groeide Hedwige op in ‘de barakken’, een rij houten huisjes in de Bloemekenswijk. Daarna woonde ze op diverse plaatsen in Gent: tijdens de oorlogsjaren in de Rietstraat en erna achtereenvolgens aan de kleine beestenmarkt, de Leiekaai en in de Violierstraat. Bij die laatste woonplaats beleefde ze de schrik van haar leven toen een wanhopige buurman aan de overkant de butaanfles open liet staan. Het gevolg was een zware explosie die het huis van Hedwige zo goed als onbewoonbaar maakte. “Al mijn ramen lagen eruit en het kopiepapier van de buren lag bij ons in de tuin”, herinnert ze zich nog haarscherp. Op dat moment lag haar kleindochtertje te slapen in het achterkamertje. “Ik heb daar 26 jaar met veel plezier gewoond, met mijn drie kinderen. Het was een ruim herenhuis met een tuin”.

Toen ze de pensioenleeftijd had bereikt, werd het tijd voor een nieuw avontuur. Hedwige: “Ik zocht een kleinere woning, waar ik voor vele jaren zou kunnen blijven. Eerder had ik mijn oog laten vallen op de appartementen aan de Scandinaviëstraat en toevallig kwam er eentje vrij, dat ik dan gekocht heb.”

Wonen op een onbewoond eiland

Intussen woont Hedwige een 15-tal jaar in de acht verdieping tellende residentie Helsinki in de Scandinaviëstraat. Dat zijn de appartementen die je aan de Afrikalaan ziet op weg naar de Weba. Dat vroeg wel een aanpassing, maar ze was er klaar voor en het leven in een appartement bevalt haar wel. Hedwige: “Hoewel ik redelijk sociaal van aard ben, ben ik toch graag op mijn eigen. Mekaar een goeiedag zeggen als buren is belangrijk, maar van mij moeten de mensen hier niet te veel binnenkomen. Ik doe dat zelf ook niet. Privé is privé, verstaat ge?”

Ik vraag haar wat ze ziet vanop haar terras op de zesde verdieping. “De kerk van Ledeberg, Sint-Amandsberg, de Sint-Annakerk, ja, zelfs de wolkenkrabber van de ING”, klinkt het enthousiast. “Maar ook gans de ijzeren weg, met de pilaren met de hoogspanningsleidingen. Sommige mensen klagen daarover, maar ik heb daar geen last van.”

“Soms heb ik het gevoel dat we hier op een onbewoond eiland zitten”, vat Hedwige haar gevoel ietwat cryptisch samen. “We wonen tussen de Dampoort en Muide-Meulestede, maar lijken nergens echt helemaal bij te horen.”

De boerenmarkt kwam en ging

Boodschappen doet Hedwige vooral in de Carrefour aan de Dampoort. “Ik kan daar gemakkelijk met de bus naartoe en heb zo’n boodschappenkarretje, wat het gemakkelijker maakt voor mij.” En lukt het al eens niet, dan komt mijn dochter of haar man mij helpen. Tijdens de quarantaine kon dat niet langer, want zij werkt in de zorg en moest dubbel voorzichtig zijn. Maar zolang het kan, trek ik mijn plan. De paar buurtwinkels die je hier hebt, zoals het groeten- en fruitwinkeltje van een Russische madam, stellen niet veel voor. Vroeger had je hier nog een beenhouwer, maar die is ermee gestopt. Spijtig.” Hedwige vindt het belangrijk om in de nabijheid te kunnen winkelen en heeft daar in het verleden zelf veel inspanningen voor gedaan. Hedwige: “Ik heb nog geprobeerd om hier een supermarkt dichterbij te krijgen, maar dat is niet gelukt. Met de Carrefour aan de Dampoort, een Aldi aan de Derdermondsesteenweg en nu ook een Delhaize aan Dok Noord, vonden ze dat al genoeg. En de paar cafés die je hier vindt, interesseren mij niet.”

Hoe terughoudend ze zich in zekere zin toont, zo ondernemend is Hedwige altijd wel geweest. Een achttal jaar geleden borrelde in haar hoofd een sprankelend idee. Ze wilde kost wat kost hier een boerenmarkt krijgen en dat is haar gelukt. Dankzij de ondersteuning van Lucien De Ridder, die in die jaren hier buurtwerker was. “Die man heeft mij echt geholpen”, blikt Hedwige tevreden terug. “Drie jaar lang is die markt hier wekelijks gehouden, eerst op de parking en later hier aan de voorstraat. Zo konden we hier van alles kopen: zuivel, kippen, groenten en fruit, bloemen, brood,…” Vreemd genoeg sloeg die formule te weinig aan bij de bewoners uit de hoogbouw. De klanten bleven weg, de marktkramers zagen hun omzet dalen en besloten ermee te stoppen. Hedwige kan het nog altijd niet goed vatten. “Allé zeg, dat was nochtans een gemak.”

Kermis aan de blokken

Het organiseren van een boerenmarkt is niet de enige verwezenlijking op het palmares van Hedwige. Ooit droomde ze van een heuse kermis voor de Scandinaviëstraat, met alles erop en eraan. Zelf is ze nogal zot van rommelmarkten. En zie: haar droom kwam uit, mits heel wat inspanningen. “Ook dat heb ik te danken aan de ondersteuning van Lucien”, mijmert Hedwige. “Hij wist welke subsidie ik hiervoor kon aanspreken en hielp mij bij mijn aanvraag. Die man heeft veel gedaan voor de wijk. Want geloof mij: bij de organisatie van een buurtfeest komt heel veel kijken. Via een scoutsgroep geraakte ik aan een grote tent. Ik sprak iemand aan die in mobiele toiletten doet, zorgde voor muziek, liet affiches drukken die we in de wijk gingen uithangen en zorgde voor een rommelmarkt. Ik betrok er ook de burgemeester en schepen Peeters bij. Dankzij die subsidie konden mensen gratis een bord spaghetti bolognaise en een pannenkoek eten en een drankje nuttigen. Ik kreeg hulp van Albert, de assistent van de concièrge en vooral van mijn eigen familie.” Maar hoe hard Hedwige ook probeerde om met die kermis de mensen met verschillende culturele achtergrond dichter bijeen te krijgen, het wilde niet echt lukken. Ze hield vijf jaar stand. “Op het einde leek het meer een familiefeest geworden; we werkten de handen van ons lijf, maar konden te weinig mensen bereiken”, vertelt Hedwige met spijt in de stem. “Op een bepaald moment sprak mijn dochter mij aan: Ma, we moeten daarmee stoppen.”

Coronatijden in de blok

Hoe een alleenstaande vrouw van 81 jaar haar dagen vult in tijden van corona, wil ik tot slot weten. Hedwige schiet in de lach: “Ik sta soms pas op tegen 10u, want ik kruip erg laat in mijn bed, soms pas tegen 01u ’s nachts. En dan moet ik wel vaker eens uit mijn bed omdat ik niet kan slapen. Dan bel ik wel eens naar mijn dochter die in Brazilië woont. Met dat tijdverschil kan dat gelukkig. ’s Ochtends doe ik al liggend op bed enkele gymnastiekoefeningen die ik op tv volg en ik kruip een kwartier op mijn hometrainer, om fit te blijven. Dan ontbijt ik en doe ik mijn huishouden. Ik dweil hier tot driemaal per week, want het moet proper blijven. Ik heb mijn eigen poetsvrouw, een jongske van 19 jaar, moeten leren dweilen. Daarna maak ik verse soep en zorg ik voor warm eten. De rest van de dag speel ik spelletjes en kijk ik tv. Ik moet zeggen dat ik mij tijdens die hele coronaperiode nog geen minuut heb verveeld. Wel heb ik niet veel goesting in wandelingen.” Eenzaamheid heb je voor een stuk zelf in de hand, vindt Hedwige. “Soms neem ik de telefoon en bel ik naar een van de vrijwilligers van het woonzorgcentrum de Refuge, waar ik al tien jaar meehelp als vrijwilligster. Meestal help ik een handje in de gesloten afdeling Lavendelhof bij de zwaar demente bejaarden. Daar bak ik pannenkoeken of begeleid ik mee bij de maaltijden of bij een wandeling of uitstap. Mijn dochter die daar werkt, stelde mij ooit die vraag en zie, ik loop daar nog altijd rond. Ja, ‘mijn oudjes’, die mis ik nu wel. Maar ik weet dat ze het daar zeer goed hebben. Wat mijzelf aangaat: zolang ik mijn plan kan trekken, blijf ik toch liever nog jaren hier in mijn appartement wonen.”

Hedwige (foto: Laurent De Bie)

Ontdek de verhalen van de Gentse Raconteurs

Heb je zelf een boeiend verhaal over je wijk? Over een markant figuur, een bijzondere plek, een opmerkelijke gebeurtenis?
Deel het op dit platform. Voeg je tekst in, laad een passende foto, video of audiofragment op, duid de wijk aan (adres of locatie) en publiceer. In het aparte tabblad bovenaan vind je een handige handleiding.
Wil je zelf mee op jacht naar interessante verhalen in je wijk en als reporter aansluiten bij de Gentse Raconteurs? Contacteer dan David Slosse, telefonisch op 0475 73 04 64 of via raconteurs@stad.gent