“Ik ben beginnen wenen bij de huisarts, ik zag het echt niet goed komen”

25 maart 2020door Rudy P.

Ze kwam terug van vakantie en begon te hoesten. Corona wellicht. “Ik zag het echt niet goed komen”, zegt Veerle Baert.

“Een week geleden zou ik dit gesprek niet hebben kunnen doen”, zegt Veerle voor de camera vanuit haar slaapkamer in de Scheldestraat. “Ik ben twee weken echt ziek geweest. Vooral kortademig. Dat was pendelen van mijn bed naar de eetkamer om iets te eten en dan onmiddellijk terug naar boven om te rusten, want het ging anders niet.

“We zijn in de krokusvakantie gaan skiën in Ischgl en toen we terugkwamen, begin maart, zijn mijn zoon en ik beginnen hoesten. We dachten eerst: een week in de gezonde berglucht, en dan terug in Sint-Amandsberg, dat zal door de luchtvervuiling komen, dus ça va. Dus wij gaan werken, de jongens naar school. 

“Maar aan het eind van die week was ik echt moe. Mijn man moest toen naar de dokter voor een oorontsteking die hij al van voor de vakantie had, en ik zei: ik ga mee, want ik voel mij echt niet goed; ik ben anders niet zo een dokterloper. De dokter zei: ik ga u sowieso een week thuis zetten.” 

Niet naar het ziekenhuis

“Na die week ben ik moeten teruggaan, met een hoge bloeddruk, hoge hartslag, nog altijd die kortademigheid. Ik ben toen beginnen wenen bij de huisarts, ik zag het echt niet goed komen, niet alleen voor mezelf. Ik zei: ‘Ik wil niet naar het ziekenhuis, ik wil niet naar het ziekenhuis, ik wil mijn kinderen niet achterlaten.’

“De arts heeft mij nog een week thuis gezet, antibiotica en een puffer gegeven. Het was toen al duidelijker dat het wellicht corona was, ook al ben ik niet getest. De drie jongens zijn dan ook nog ziek geworden. Buikpijn, hoofdpijn. Twee dagen voor de quarantaine zijn die dan ook thuis gebleven. Dus toen zaten we ineens allemaal thuis.” 

Zot van de hoeveelheid schoolwerk

“Mijn man en ik werken nu thuis. De grote moeilijkheid is dat allemaal te combineren met het gezin. We hebben drie zonen, van tien, dertien en vijftien, en ik kan u op een briefje schrijven: de hoeveelheid werk die vorige week op ons afkwam, ik werd zot, echt waar. Ik heb mails gestuurd naar twee van de drie scholen: stop ermee, want ik ga er ook mee stoppen, het gaat niet meer. 

“Om half acht ‘s morgens zat al een mail in de mailbox van de juf van de lagere school, goed bedoeld, sympathiek, ik twijfel daar niet aan: ‘Hier zijn de verbetersleutels van de oefeningen van gisteren, wil je vandaag alstublief ook nog eens een dialoog in het Frans voorlezen, opnemen en doorsturen?’ Toen heb ik geantwoord: dit doe ik niet. Ik zal het wel lezen met hem, er zitten fouten in zijn taal, maar uploaden ga ik niet doen.”

Overzichtelijk

“In het ASO komt er de hele week door een toevloed aan materiaal binnen, op de meest verschillende manieren. Het middelste kind kan tegen een stootje maar vorige vrijdag werd het hem te veel. Hij kon het zelf niet meer overzien in zijn agenda. De ene mailt via Smartschool, de andere stuurt een bericht, nog een andere steekt het in het mapje … 

“De continue stroom aan informatie: gek werden we ervan. En de ene leerkracht is al wat dwingender dan de andere: dit ga ik zeker vragen op het examen, hier kom ik niet meer op terug. Zelfs de leerkracht tekenen, plastische opvoeding, stuurt opdrachten door. Dan denk ik: moet dat nu echt?

“In het TSO was het beter, die kennen hun pappenheimers precies wat beter. Ik heb die klastitularis gemaild: chapeau dat je het zo doet. Daar was het heel duidelijk: één leerkracht stuurt per dag één opdracht door. Op maandag bijvoorbeeld wiskunde, je bent daar een uurtje mee bezig, en dan is die opdracht klaar. Dinsdag stuurt de andere leerkracht iets door, woensdag nog een andere … En altijd via mail, met de ouders en de student in cc. Dat is duidelijk, dat blijft overzichtelijk, je weet: er is één taak, en als die klaar is, is het afgelopen.”

Drie laptops en een printer

“Ik maak mij echt wel zorgen over kinderen die niet genoeg materiaal hebben. Wij zijn een welstellend gezin, kunnen we wel zeggen, maar we hebben ook maar drie laptops, een van het werk van mijn man, die heeft die continu nodig, een van mezelf, die heb ik ook nodig voor het werk, en dan hebben we nog een die we delen. 

“In principe komen we daar in de week mee toe. Als iedereen continu op die laptop moet zitten, lukt dat niet. Een printer … Mijn man had eigenlijk de bedoeling om geen printer meer te kopen. Maar gelukkig hebben we er nog een, want ze moeten printen, ze moeten invullen, ze moeten scannen, want een gewone foto met hun eigen smartphone is niet voldoende, want dat kunnen ze niet verbeteren, zeggen de leerkrachten.”

Niets meer over van het schema

“Ik had een mooi schema gemaakt voor de kinderen. Daar stond bijvoorbeeld op dat ze vóór 9 uur moesten opstaan, wanneer maakte mij niet uit, maar voor 9 uur hebben jullie ontbeten, want wij moeten ook werken, de keukentafel moet proper zijn. En de ene kijkt dan School TV, de andere dan … 

“Ik had dat overlopen met hen. Maar daar blijft al niets meer van over. En ik ga het ook laten. De twee oudsten hebben nu een skatepark gemaakt, ze zijn daar de hele voormiddag mee bezig geweest, ze hebben dat samen gedaan, ze hebben materiaal in handen gehad dat ze anders niet gebruiken, en ik dacht: laat het zo zijn, het is oké, het is mooi weer, het gaat net goed, ze maken geen ruzie.”

Knettergek

“We zijn nu anderhalve week doorgekomen zonder elkaar helemaal de kop in te slaan. Maar ik zie het nog wel gebeuren dat de relatie tussen de kinderen wat bitsiger wordt, de twee jongste gaan al een coalitie vormen tegen de oudste. Je probeert daar iets aan te doen, maar dat is ook zeer moeilijk. 

“Normaal mochten ze hun gsm en hun iPad niet meepakken naar boven, maar die regel is al lang foutu. We zeggen: ga maar even naar de kamer, even alleen, stoor niemand, doe daar onnozel, ga daar zitten gibberen. Want ze zitten dan met drie, en de ene zit dan naar Xander De Rijcke te kijken, en de andere naar de Neveneffecten, en dan lachen ze door elkaar: daar word je knettergek van. Dat is allemaal geen drama, maar toch. Je leeft met elkaar op een kleine ruimte.”

Skypen met de ouders

“Hoe ik de komende weken zie? Ik maak me zorgen over mijn ouders. Die wonen hier in de buurt, aan de Dampoort. Die zitten in de risicogroep, zeventig en eenenzeventig, maar we zijn daar wel nog op bezoek geweest.  Hebben wie die niet besmet? 

“Mijn ouders hadden wel snel door dat de situatie ernstig is, dus toen we daar waren, hebben ze afstand gehouden, geen handen gegeven. En zodra we onszelf niet goed voelden, hebben we hen in quarantaine gestoken op hun appartement. 

“We doen wel boodschappen voor hen, en zetten die op de overloop, en op vijf meter afstand zwaaien we eens naar elkaar en doen we een babbeltje, maar that’s it. We skypen wel veel, dat leren ze nu ook allemaal.”

Geen sociale afstand in de buurt

“Voor onze buurt zie ik heel somber in op lange termijn. Al die kleine huisjes hier, velen hebben niet eens een koertje. We liepen onlangs even op de Dendermondsesteenweg en dan zie je dat de jongeren het hier echt wel lastig hebben, ze mogen niet buiten, maar sommigen doen dat dan toch. 

“Het is nu minder druk, dat is zeker waar, maar ze staan nog altijd met drie vier te kletsen. Als je in die buurtwinkeltjes binnen kijkt, dan is van sociale afstand geen sprake. Niet alle winkeliers dragen handschoenen in de winkel, terwijl die net met heel kwetsbare groepen in contact komen. 

“Ik vraag me af of de informatie die verspreid wordt wel bij alle buurtbewoners terecht komt. Ik denk dat er echt doden gaan vallen doordat mensen onvoldoende geïnformeerd zijn.”

“Maar ik zie ook mooie dingen gebeuren: het applaus in de straten om 20 uur, de berenjacht, de solidariteitsacties. Het goede in de mensen komt toch altijd boven en dat geeft moed.”

Veerle Baert

Ontdek de verhalen van de Gentse Raconteurs

Heb je zelf een boeiend verhaal over je wijk? Over een markant figuur, een bijzondere plek, een opmerkelijke gebeurtenis?
Deel het op dit platform. Voeg je tekst in, laad een passende foto, video of audiofragment op, duid de wijk aan (adres of locatie) en publiceer. In het aparte tabblad bovenaan vind je een handige handleiding.
Wil je zelf mee op jacht naar interessante verhalen in je wijk en als reporter aansluiten bij de Gentse Raconteurs? Contacteer dan David Slosse, telefonisch op 0475 73 04 64 of via raconteurs@stad.gent