Eén groot bloemistenweb: op geschiedenisles bij Armand Van Oost

18 december 2018door Dienst Beleidsparticipatie

Raconteur Hilde Ingels liet in 2013 Armand Van Oost honderduit vertellen over de bloeiende geschiedenis van de bloemisten in de Lauwstraat.

“De grond waarop wij wonen is heilige grond.” Toegegeven, het is er misschien een tikkeltje over, maar na het verhaal van Armand over onze buurt – en veel ruimer – is wonen in de Lauwstraat toch niet meer hetzelfde. Man, man, man: wat een geschiedenis, wat een leven, wat een evolutie.  En vooral: wat een samenhang!
Dit is het verhaal van Armand Van Oost, gebaseerd op een interview uit 2013. Op 7 mei 2018 overleed Armand, op 90-jarige leeftijd.

Van Afsnee, Latem over De Pinte tot in Sint-Denijs-Westrem, het was vroeger allemaal één groot ‘bloemistenweb’.  Iedereen kende iedereen. Dit is een geschiedenis van een vergane glorie. Helaas misschien, of toch niet. Door de automatisering in de bloemensector kan nu slechts een handvol hooggespecialiseerde bedrijven overeind blijven terwijl het hier vroeger een en al bloemist was.

Toch nog even voorstellen? Armand Van Oost, kranig en jong van hart en geest, met zijn volle 85 jaar en zijn drie (jawel!) nieuwe heupen. Op zijn dak kruipen mag hij sinds vorig jaar niet meer van zijn kinderen, maar van zijn tuin houdt niemand hem af. En petanquen is zijn lange leven: in de winter binnen in Zevergem, in de zomer buiten in De Pinte, in Heusden of in Melle. Maar laten we beginnen bij het begin en Armand zelf aan het woord laten.

“Na de eerste wereldoorlog begon de koopkracht in ons land stilaan weer op gang te komen. Aan het station van De Pinte (toen Nazareth) was er de grote bloemisterij Van Houtte, een bedrijf met wereldfaam. Alle latere bloemisten uit Afsnee en Sint-Denijs hebben daar de stiel geleerd.

Onze stamvader Petrus Franciscus Van Oost verbleef al in 1764 in deze streek. Mijn overgrootvader Ivo Van Oost, geboren in 1829, woonde in De Pinte  naast de kerk. Het huisje staat er nog altijd, met datum 1606. Hij was gareelmaker, landbouwer en cafébaas tegelijk. Zo was dat toen. Ivo huwde met Julia De Rudder en samen kregen  ze 9 kinderen. Hun huis werd te klein en in hun zoektocht naar uitbreiding, kwamen ze in Sint-Denijs-Westrem terecht. De grond was hier goedkoper. Heel kort woonden ze aan de rand van het vroegere vliegveld, nu The Loop, maar al snel trokken ze naar de hoeve in de Leieriggestraat waar nu dierenarts Dutordoir woont. Slechts één van hun zonen werd groentenkweker, de anderen, waaronder mijn vader Gustaaf, werden bloemist. En om het plaatje compleet te maken, trouwden ook nog twee dochters met een bloemist. Je ziet: de boerenstiel werd minder aantrekkelijk en de bloemenstiel zat in de lift. 
 

Cyriel Buysse

Mijn grootvader Gustaaf werd geboren in 1969. Zijn ouderlijke huis staat nog steeds in de Maaltebruggestraat, maar in 1911 kwam hij naar Afsnee op zoek naar grond. Daar kocht hij een perceel van groenten- en fruitkweker Van de Voorde. Van 1930 tot 1940 was mijn grootvader burgemeester van Afsnee dat toen slechts 250 inwoners telde. In Afsnee woonde in die tijd ook Cyriel Buysse, in het Darupt-landhuis vlak naast de kerk. Je moet je voorstellen dat halfweg de vorige eeuw vanaf de kerk van Latem tot de kerk van Afsnee geen enkel huis te vinden was. Alles was er één grote kouter waar het op droge dagen in de zomer hevig kon stuiven. Op een dag kwam mijn grootvader op zijn wandeling in de kouter Cyriel Buysse tegen. Al snel kreeg de pastoor dit in de gaten en hij haastte zich om mijn vader te waarschuwen ‘dat zijn vader toch niet teveel met dat soort volk moest optrekken’. Zoals geweten werden Buysses geschriften door de Vlaamse goegemeente zeer negatief onthaald.

Deze streek kreeg dus te maken met een explosie aan bloemisten. Die moesten allemaal met paard en kar vanuit De Pinte naar hier en terug rijden om hun bloemen aan de grote bloemenbedrijven en exporteurs te bezorgen die allemaal rond het station van De Pinte woonden. Vrachtwagens hebben pas na WOII hun intrede gedaan, toen de Amerikanen hun vrachtwagens hier achterlieten. Zelf ben ik nog in 1946 te voet met paard en kar naar Zomergem getrokken. ’t Is te zeggen, ik reed met de fiets mee om op de brug te helpen de remmen van de kar dicht te trekken.

Mijn huis

Naast de dreef van het Borluutkasteel, waar nu O’Cool staat, woonde vroeger Honoré Joseph Convent in een klein kasteeltje met veel paardenstallen. Heel het grondgebied van het Schuttershof – met toen een bloeiende schuttersgilde - was zijn eigendom, alsook onze buurt Lauwstraat-Kleine Gentstraat. Die meneer Convent bouwde het huis waar ik nu woon in 1927, in mijn geboortejaar, en startte hier de bloemenkwekerij met de bedoeling dat zijn zoon de zaak zou overnemen. Die zoon is evenwel nooit in de stiel gestapt. Later werd dat huis verhuurd aan Convents dochter die gehuwd was met de zoon van baron George Minne, de beeldhouwer.

Mijn vader kocht eerst de bijhorende grond (met de recentste verkaveling) aan in 1937 en heeft mijn huidige woonst van de heer Convent gekocht, in 1947. In 1953 trouwde ik en kwam hier zelf wonen.

 

Revolutie bij de kwekers

Ik heb foto’s van mijn vaders bloemisterij in Afsnee waar op 50 jaren tijd geen enkele verandering valt te bespeuren. Tussen 1910 en 1960 leek de tijd er wel stil te staan: alles was handenarbeid. Er was nog geen sprake van chemische producten of planten in potjes, neen, elke plant werd in de volle grond geplant. Maar dan ineens veranderde alles razendsnel. In 1962 brak mijn broer alle serres af om er nieuwe te plaatsen, want de oude voldeden niet meer aan de nieuwe ontwikkelingen.

 

Mariasteen

Het niveauverschil tussen de Kleine Gentstraat en de Lauwstraat bedroeg toen wel een meter. Maar om serres te kunnen bouwen, moest de grond genivelleerd worden. Dus groef men aan de Kleine Gentstraat een diepe gracht en werden honderden kruiwagens met aarde richting Lauwstraat gevoerd om de grond op te hogen. Allemaal handwerk.  Een deel van de grond werd zelfs naar de overkant van de Lauwstraat gebracht om er het huis van Oscar Petrens te kunnen bouwen.

Toen wij in Afsnee woonden en naar Sint-Denijs kwamen, mochten wij altijd door kasteel Mariasteen lopen. Dat kasteel stond vroeger volledig in het water; mijn vader heeft zelfs nog geholpen bij het uitgraven van een nieuwe wal. Uiteraard met schop en kruiwagen. Dat kasteel was enkel in de zomer bewoond als buitenverblijf van de graaf van het Maaltebruggepark.

Einde van een tijdperk

Tijden veranderen, alles wordt gespecialiseerder en gesofisticeerder. De mogelijkheden nu zijn oneindig veel groter dan destijds toen er zoveel handwerk aan te pas kwam. Zelf ben ik in 1993 eigenhandig begonnen aan het afbreken van mijn serres, een zeer gevaarlijk werk. Maar eerst heb ik twee dagen aan een stuk geweend. Een hele geschiedenis en een levenswerk moeten stopzetten, dat doet iets met een mens. Glas weghalen, hout wegnemen en dan het ijzerwerk ontmantelen, dat was geen werk voor doetjes!

Op een keer zag ik dat het nog resterende kader van de serres niet erg stevig stond. Toen ik er met mijn hand even aankwam, stortte het geheel als een kaartenhuisje in elkaar. Het ijzerwerk sloeg met een klap tegen mijn schouder, vlak naast mijn hals, en katapulteerde me tegen de grond. Gelukkig heeft mijn dochter me gevonden en heeft ze snel ijs op mijn schouder kunnen leggen. De blauwe plekken hebben me nog lang aan die afbraak herinnerd. Had ik het staketsel op mijn hoofd gekregen, had ik het hier allemaal niet meer kunnen navertellen. Maar al bij al zeg ik toch met overtuiging: ik woon hier nog steeds zeer graag!”

Armand Van Oost (Foto: Hilde Ingels)

Ontdek de verhalen van de Gentse Raconteurs

Heb je zelf een boeiend verhaal over je wijk? Over een markant figuur, een bijzondere plek, een opmerkelijke gebeurtenis?
Deel het op dit platform. Voeg je tekst in, laad een passende foto, video of audiofragment op, duid de wijk aan (adres of locatie) en publiceer. In het aparte tabblad bovenaan vind je een handige handleiding.
Wil je zelf mee op jacht naar interessante verhalen in je wijk en als reporter aansluiten bij de Gentse Raconteurs? Contacteer dan David Slosse, telefonisch op 0475 73 04 64 of via raconteurs@stad.gent