DOKstory #1 - Liesbeth Vlerick in gesprek met Eva De Groote

03 juni 2020door Nathalie D.

Een tijdelijke invulling in de oude dokken: ontmoetingsplek, maar ook een unieke vrijplaats om te proberen en experimenteren.

Van hippe hang-out naar liefdevolle community: het verhaal van DOK

Leestijd: 17 minuten

Een tijdelijke invulling in de oude dokken van Gent. Een unieke vrijplaats om te proberen en experimenteren. Een plek om elkaar te ontmoeten. DOK was het allemaal, en dat negen jaar lang, op het ritme van de seizoenen. Want DOK speelde zich grotendeels in de buitenruimte af, letterlijk en figuurlijk, op een braakliggend terrein aan de rand van de stad. 

Je kon er plezier beleven in de vorm van concerten, rommelmarkten en feestjes maar evengoed was het een plek om bezorgdheden en angsten te delen - over de klimaatverandering bijvoorbeeld, of over de polarisering in de politiek en de pers, of over gelijke kansen voor nieuwkomers en anderen. 

In de negen jaar dat DOK Gent onveilig maakte, werden er tal van plannen gesmeed en projecten opgezet. Sommige van die ideeën bleven in het zaad staan of werden opnieuw humus. Andere floreerden vanuit die humus en vonden hun weg in de stad en de samenleving. In deze reeks willen we een glimp geven van de vele verhalen die geboren werden in de jaren van DOK. Ik zoek om te beginnen Liesbeth Vlerick op, DOK-coördinator van het eerste uur. Zij was de drijvende kracht achter dit bijzondere stadsverhaal, vanaf het prille begin tot het bitterzoete einde.

Een hart voor organiseren

Hoe heeft jouw pad naar DOK geleid?

‘In 2002 studeerde ik af als meester in de fotografie en besliste toen om nooit meer te fotograferen. Daar zit het begin, denk ik. (lacht) In dat laatste jaar van mijn opleiding wrong er het een en ander bij mij. Op de kunstschool word je gemotiveerd om artistieke vertalingen te maken van wat je ziet in de wereld. Ik heb dat dan ook gedaan. Wanneer ik op straat liep, zag ik overal bijzondere tussenruimtes. Ik zette die fascinatie om in beelden. Ik fotografeerde objecten in de publieke ruimte alsof die met elkaar communiceerden. Een lantaarn en een brievenbus beeldde ik bijvoorbeeld af alsof het personages waren. Het ging goed, ik won er zelfs een prijs mee. Met het geld van die prijs haalde ik mijn rijbewijs en kocht ik mijn eerste wagen.’ 

Wat gek dat je dan besliste om ermee te stoppen.

‘Het voelde niet juist. Ik merkte dat het me geen goed deed om in de kunstbubbel te zitten. Ik werd er te diep in gezogen. Wat ik wel ontdekte in die fase was het plezier van dingen organiseren. Ik had voor de afstudeertentoonstelling heel wat productietaken op mij genomen. Zo overtuigde ik bijvoorbeeld een Japans restaurant om gratis de catering te doen. Het gaf mij ontzettend veel energie om daarmee bezig te zijn.

Na mijn afstuderen heb ik geen foto’s meer gemaakt. Het is niet zo dat ik de tussenruimtes vanaf dan niet meer opmerkte, alleen voelde ik niet langer de nood om ze vast te leggen.’

Een liefde voor transitplekken zat er dus altijd al in bij jou?

‘Ja, dat is zo. En ook een liefde voor het organiseren. In de buurt waar ik woonde, was er een jaarlijks buurtfeest dat op zoek was naar een nieuwe adem. Een aansluiting met de jonge generatie was er op dat moment niet. Samen met mijn flatgenoot zette ik er mijn tanden in. We organiseerden De Beloften, een muziekconcours gekoppeld aan het buurtfeest. Ik moet zeggen dat ik op dat moment niks wist van concerten in open lucht op poten zetten. Ik weet nog dat ik naar Gerald van De Charlatan (muziekcafé in Gent, edg) belde om te vragen hoe ik dat moest aanpakken. Ik lijstte op: een technieker, een geluidssysteem, etc. (glimlacht) Ik denk er met een warm hart aan terug. De Beloften sloeg aan bij de jongere generaties terwijl krasse zeventigers intussen achter de bar stonden. We hebben uiteindelijk verschillende edities op poten gezet. De diversiteit in publiek, het spannende van dingen in open lucht organiseren, de mix van verschillende buurtactiviteiten: ik vond het super.’ 

En dat deed je allemaal als vrijwilliger?

‘Ja. Intussen had ik ook wel een paar werkervaringen, bijvoorbeeld bij de N9 in Eeklo (muziekcentrum, edg). En bij Use-it, een organisatie die jonge toeristen wegwijs maakte in de stad. Maar ik haalde nergens mijn hart zo op als bij het organiseren van dingen zoals De Beloften. Ik besefte dat ik floreerde als ik in een organisatie werkte waar ik zelf de koers mocht bepalen.

In die tijd werd ik zwanger van mijn dochter Stella. In de weken dat ik thuis was, kriebelde het al snel om weer dingen te gaan doen. Ik bood mij aan als vrijwilliger bij zowel Ladda (organisatie voor jongerencultuur, edg) als Cirq (productiehuis voor het “upcyclen” van volkscultuur, edg) en kon bij beide beginnen. Er rolde uiteindelijk een job uit bij Ladda.’

Vrijstaat in de stad, een handleiding

In die tijd ontstonden ook de plannen voor DOK? 

‘Ongeveer ja, eind 2010 vonden de eerste gesprekken over DOK plaats. Xavier Cloet van Cirq zag een kans liggen in de vorm van een braakliggend terrein en vroeg mij om een dossier voor werkingsmiddelen te schrijven. Ik stelde voor om dat vanuit Ladda te doen en op die manier ook jongeren erbij te betrekken. Zo ging de bal aan het rollen.’

De stad voorzag de middelen?

‘De eerste drie jaar was dat SOGent (stadsontwikkelingsbedrijf, edg). Zij waren op dat moment bezig met een Europees dossier voor de renovatie van de kaaien. Ze staken onze vraag in hun grotere dossier, als communicatie voor het hele project. De eerste drie jaren draaiden we dus op Europees geld. Vanaf het vierde jaar konden we terecht bij het fonds voor tijdelijke invulling van de stad Gent.’

Ik herinner mij een afscheid in die periode.

‘Ja, dat klopt. In september van 2013 namen we met DOK afscheid van het Gentse publiek en begonnen we zelf aan onze opzegperiode. In november kregen we de vraag van de stad of we nog drie jaar wilden verder doen. Het werden er uiteindelijk zes.’

Ik kan mij voorstellen dat werken in zo’n onzeker kader heel wat stress met zich meebrengt. Waren er ook voordelen?

‘Dat vind ik een moeilijke vraag om op te antwoorden. Uiteindelijk konden we negen jaar werken, voor mij is dat een eeuwigheid. Ik ben zelf enorm veel veranderd doorheen die periode. In het begin was ik piepjong. Toen had die tijdelijkheid iets sexy. Iets dat er voor zorgde dat je de vinger aan de pols hield en dat alles fris bleef. Jongeren zijn op zoek naar plaatsen die niet te sterk zijn ingevuld, plekken waar ze zelf hun stempel op kunnen drukken. Maar achteraf gezien was het ook best wel vermoeiend. Je kan bijvoorbeeld niet investeren in materialen. Investeringsplannen op lange termijn kan je niet maken als je in een tijdelijke invulling werkt. Dat maakte het wel zwaar. Het laatste jaar bijvoorbeeld wilden we alles nog zoveel mogelijk voor elkaar krijgen met het materiaal dat we hadden, hoe kapot of versleten het ook was. We lapten kapotte kranen op met gaffa-tape om de laatste maanden te overbruggen. Nieuw materiaal kopen had immers geen enkele zin.’

Stel nu dat je een duurzaam plan kon maken, dat je een omgeving kreeg aangeboden om de volgende tien jaar iets te ontwikkelen, wat zou je meenemen uit je ervaringen met DOK?

‘De methodiek die we doorheen de jaren ontwikkelden. DOK nam een soort van moederfunctie op naar de gebruikers toe. DOK had een bepaalde identiteit maar ging elk jaar op zoek naar nieuwe initiatieven: de DOK-bewoners. Sommige bewoners konden een aantal jaren blijven, anderen moedigden we aan om te vertrekken. Als we zagen dat ze niet langer baat hadden bij een plek op DOK vroegen we hen om plaats te maken voor nieuwe bewoners.’

Niet altijd makkelijke keuzes om te maken.
‘Nee, dat klopt. Maar DOK was dan ook geen volledige democratie. Wij hebben vanuit DOK altijd het kader bewaakt en thema’s aangebracht. We maakten keuzes vanuit de principes van diversiteit en gelijkwaardigheid. Een man-vrouwbalans was bijvoorbeeld erg belangrijk. Als we de aanvragen doornamen en we zagen dat we vooral mannelijke kandidaten hadden, dan hebben we soms vrouwelijke kandidaten voorrang gegeven om een balans na te streven. Hetzelfde op het vlak van roots en migratie. We hebben bewust volgens het idee van quota gewerkt.’

Dus jouw werk bestond erin om keuzes te maken en ondersteuning te bieden.

‘Ja, maar het is niet zo dat ik mensen inhoudelijk coachte of zo, de DOK-bewoners gingen hun eigen gang in volledige autonomie. Wel probeerden we zoveel mogelijk praktische zorgen weg te nemen. De DOK-bewoners konden kosteloos op het terrein verblijven en moesten bijvoorbeeld niet bezig zijn met praktische klussen op het terrein. Ze kregen alle ruimte om hun energie te steken in hun eigen projecten.’

Dus het model van DOK is: mensen ruimte geven om eigen projecten uit te werken binnen een groter kader dat wordt overzien door een poortwachter, vanuit waarden zoals duurzaamheid, gelijkwaardigheid en diversiteit.

‘Ja, dat klopt ongeveer. Maar DOK heeft nooit zijn eigen politieke agenda doorgedrukt, dat is belangrijk. Als het ging over diversiteit hebben we bijvoorbeeld niet vooropgesteld dat iedereen nu eens een project moest ontwikkelen om bepaalde mensen te betrekken.’

De wereld is divers 

Daar raak je een moeilijk thema aan als we kijken naar het culturele landschap in Gent: er is zeer weinig representatie van mensen met niet-lokale wortels. 

‘Ik denk nochtans dat het eigenlijk niet zo moeilijk hoeft te zijn. Als je tenminste werkelijk vertrekt vanuit een totale gelijkwaardigheid. Het is duidelijk dat quota werken. Als je dan poortwachter bent, kan je aan de hand van quota echt een verschil maken. Als je vanuit die quota vertrekt, loopt het volgens mij vanzelf. Als je daarentegen vertrekt vanuit de witte sector met de vraag hoe gaan wij hen betrekken, dan ben je verkeerd bezig. Het gaat gewoon over plaats geven en plaats maken.’

Denk je echt dat het op die manier vanzelf gaat?

(denkt even na) ‘Het is natuurlijk wel zo dat je moet aanvaarden dat de dingen anders zullen lopen dan jij gewend bent. Neem nu de man-vrouwgelijkheid. Als een project wordt ontwikkeld binnen een vrouwelijk kader moet je er wel mee om kunnen dat het project anders in elkaar zit dan als dat binnen een mannelijk kader was opgezet. Projecten kunnen een andere snelheid hebben, vanuit een andere invalshoek vertrekken, of een ander resultaat krijgen. Maar dat is even waardevol. Mensen hebben een idee-fixe over wat kwaliteit is. Maar om je open te kunnen stellen voor de concepten van een ander moet je die van jezelf kunnen loslaten. Die diversiteit is niet iets om bang van te zijn, het is net een rijkdom.’

Ben je optimistisch over een superdiverse samenleving op basis van je ervaringen bij DOK?

‘Als poortwachter moet je wel continu blijven toezien op die gelijkwaardigheid en representatie, denk ik. De oude patronen liggen constant op de loer. De afgelopen jaren heb ik in heel wat werkgroepen en denktanks gezeten rond deze thema’s. Als je bij de derde bijeenkomst rondkijkt en ziet dat je toch opnieuw in een groep van witte mensen zit, dan weet je dat je eigenlijk verkeerd bent begonnen. Dan verzeil je weer in het oude discours: hoe gaan wij hen betrekken?

(denkt even na) Het is niet zo dat dit voor mij een groot ideologisch thema is dat ik per se wil aankaarten. Het is gewoon de realiteit. Dit is onze samenleving. Laten we onze energie steken in het doen werken ervan. Onze samenleving is divers. Ga ermee om.’

Duurzaamheid is een evidentie

Ook duurzaamheid zat in het basispakket aan waarden van DOK?

‘Dat is net hetzelfde wat mij betreft. Klimaatverandering is een feit. Ga ermee om. Niet vertrekken vanuit duurzaamheid is volgens mij vertrekken vanuit de oude systemen die niet meer werken. In de nieuwe wereld zit duurzaamheid in de basisprincipes. Het is een evidentie.’

Hoe heb je een duurzame aanpak uitgedragen binnen DOK?

‘Dat deden we op twee sporen. Omdat wij telkens met open oproepen werkten, kregen we een duidelijk idee van wat er leefde onder de indieners. De meeste van de ingediende projecten gingen over klimaatadaptatie (de aanpassing aan klimaatverandering, red.). Onder de burgers leeft dit thema heel sterk. Ook projecten met een inslag over welzijn en sociale samenhang vielen op in de inzendingen. Er zat dus automatisch een ecologische lijn in het programma van DOK.

Daarnaast hebben we zelf van in het begin heel erg ingezet op een zo klein mogelijke ecologische voetafdruk. Vanaf 2013 werkten wij al met herbruikbare bekers en zoveel mogelijk met lokale, biologische producten. We gebruikten systematisch recupmateriaal en bouwden alles zo uit dat het ook opnieuw zou kunnen hergebruikt worden in een andere context. We werkten met honderd procent groene stroom en waren voor onze financiële zaken klant bij een ethische bank - een bank die niet investeert in fossiele brandstoffen of wapenindustrie.’

Was er ook een duurzame aanpak op sociaal vlak?

‘Ja, vooral via de vrijwilligers. Je zou kunnen zeggen dat dit een derde spoor was op het vlak van duurzaamheid. Heel veel mensen vonden in de loop der jaren als vrijwilliger hun weg naar DOK, op zoek naar een tweede kans. Ze hadden bijvoorbeeld net een scheiding achter de rug, of een burn-out of depressie. Ze kwamen bij ons terecht op zoek naar een sociale context om weer overeind te krabbelen.’

Hoeveel vrijwilligers zijn er op DOK betrokken geweest?

‘In die negen jaar gaat het ongeveer over 450 mensen. Dat zijn er veel, hè. Dat komt omdat er veel “trafiek” was. Wij stelden vast dat mensen meestal zo’n twee jaar als vrijwilliger meedraaiden en dan terug andere oorden gingen opzoeken. Dat is ook logisch. Je gaat van start vanuit bepaalde noden, je groeit, je vindt misschien een nieuwe partner of ander werk en je vliegt weer uit naar andere contexten.’

Een duurzame aanpak zat in de premissen van DOK. Heb je op dat vlak dingen zien veranderen over de jaren?

‘Toch wel, ja. Als we de aanvragen bekeken die bijvoorbeeld in 2018 binnenkwamen, viel het mij op dat het ineens over wel erg precaire dingen ging. De bezorgdheden rond klimaatverandering werden prangender. Zo kwamen er twee projecten binnen over water, eentje over luchtkwaliteit en een over huidcontact. Tja, dan belanden we toch echt bij de basisnoden in een mensenleven: water, lucht en aanraking. 

In de eerste jaren van DOK ging het eerder over stadslandbouwprojecten of aquaponics (een combinatie van hydro- en aquacultuur, edg) - fijne projecten om nieuwe manieren van voedsel kweken uit te testen.’

Precair

We komen in een meer kritieke fase van klimaatverandering.

‘Exact, en dat zag je weerspiegeld in de projecten van ons laatste werkingsjaar. Het waterproject ging bijvoorbeeld over hitte-eilanden in de stad. Mensen kunnen tijdens hittegolven die ons steeds vaker treffen niet meer afkoelen in de stad. Yaku ijvert ervoor om mensen terug te laten zwemmen in de stadswateren. 

Ook het project “300 bomen” gaat over een basisbehoefte: ademen. Zij experimenteren met mospanelen om de luchtzuiverende kwaliteiten van bomen in de stad te kunnen brengen. 

En we hadden ook een project over aanraking, huidhonger. Het project is niet voorbij de startfase geraakt maar ik vind het wel interessant om te vermelden. Het ging dus niet over iets seksueels maar over de basisbehoefte van mensen om te worden aangeraakt. Er is veel vereenzaming onder oudere mensen. Er zijn ook veel alleenstaande mensen met een grote behoefte aan fysiek contact.’

Hoe koppel je dat laatste voorbeeld aan duurzaamheid?

‘Het gaat over verbinding. Als je je niet verbonden voelt, dan kan je niet hoopvol zijn. Contact geeft je hoop.’

Jullie hadden een seizoensgebonden werking. Jullie stonden ook bloot aan de elementen. 

‘Dat klopt. Doordat we veel in openlucht werkten, konden we de kwetsbaarheden heel direct vaststellen. De zaken veranderden snel de voorbije jaren. We hebben bijvoorbeeld altijd regenwater opgevangen in IBC-containers. Zo konden we de stadslandbouwprojecten van water voorzien. De voorbije jaren kampten we echter steeds vaker met watertekort - wat trouwens vrij absurd was want we lagen vlak naast het kanaal. Maar het was niet toegelaten om dat onzuivere water op te pompen en te gebruiken. De laatste zomer probeerden we te anticiperen op de droogte en de hitte door extra regenopvangsystemen te bouwen. Maar dat was buiten de intensiteit van de regenbuien gerekend. Ook dat is een tendens die we konden vaststellen: de zomers zijn droog en als het regent, is het kort en hard. Dat zijn dingen waarop we ons meer en meer zullen moeten instellen.’ 

Was het jullie bedoeling om met DOK een soort vrijstaat te creëren?

‘Dat was het buikgevoel dat er achter zat, ja, maar eigenlijk bereikten we dat pas naar het einde toe. In het begin was DOK toch vooral een horeca-verhaal: een hippe, nieuwe plek om te ontdekken aan de rand van de stad. Waar is het feestje? Op DOK. 

Het is pas echt interessant geworden toen we beslisten om daar van weg te bewegen en meer inhoudelijk te werken. In de loop der jaren is het meer en meer een plek van heel veel mensen geworden. Erg verschillende mensen voor wie DOK een beetje “van hen” voelde.’

Verbinding

Zat dat inhoudelijke waarover je spreekt dan in de jaarthema’s die jullie naar voren schoven?

‘Ja, en die waren helemaal geënt op onze seizoensgebonden werking. De winter was de evaluatieperiode waarin ik met de bewoners evaluatiegesprekken voerde en waarin ik rode draden opmerkte voor de inhoudelijke lijnen van het volgende seizoen. Ik probeerde wat ik oppikte uit die evaluaties te koppelen aan de noden die ik zag in Gent, in België en in de wereld, en op basis daarvan het volgende jaarthema te bepalen. Het laatste jaar was het thema: “Het is nu of nooit”. Dat was natuurlijk letterlijk zo in ons geval, maar tegelijk begon je ook dat soort urgentie in de wereld te voelen. Ik merkte dat ook in mijn gesprekken met de jonge mensen op DOK. In hun verhalen kwam die tendens sterk naar voren: we moeten radicaler worden, het is nu of nooit.’

Wat waren eerder thema’s geweest?

‘Het jaar voordien was het thema: erkenning. In 2017 hadden we een grote groep van mensen op DOK zien passeren die bezig waren met zelfbestuur op allerlei manieren. Het was natuurlijk de aanloop naar het verkiezingsjaar in 2018 en mensen waren bezig met ideeën rond een stadsgreep of hoe ze zelf een directe democratie zouden kunnen organiseren. Een struikelblok in dit alles was dat mensen elkaar en elkaars standpunten moeten kunnen erkennen. Vandaar dat we dat als thema namen voor 2018. Hoe kunnen we elkaar erkennen? Hoe kunnen we elkaars standpunten proberen te begrijpen? Vaak zijn onderliggende frustraties hinderpalen om elkaar te kunnen begrijpen en erkennen. 

Ook zelfbestuur en gastvrijheid waren eerder jaarthema’s geweest.’

Zou je kunnen zeggen dat DOK begonnen is als een hippe plek maar onderweg een community is geworden?

‘Ja, dat klopt wel, denk ik. In het begin werkten we volgens een bepaald stappenplan en waren we uit op concrete resultaten. Op het einde ging het veel meer over de mensen zelf en de gemeenschap die er ontstond. (denkt even na) Ik heb zelf ontzettend veel bijgeleerd in de jaren van DOK. Ik ontdekte dat je geen doelen kan halen als je de mensen niet mee hebt. En dat, als je de mensen mee hebt, je doelen wijzigen. (lacht) Het was een prachtige leerschool voor een controlefreak en perfectionist als ik. Wat je voor ogen hebt in theorie en waar je kan geraken in de praktijk met een groep, dat zijn twee totaal verschillende dingen. Maar de groep is uiteindelijk het belangrijkste.’

Respect

DOK zit er intussen op. De tijdelijke invulling is niet meer. Zie je een bepaalde impact overblijven?

(denkt even na) ‘Heel wat mensen zullen later terugdenken aan DOK en het associëren met een bepaalde periode van hun leven. Maar ik denk dat als voornaamste zal overblijven dat een groep mensen ondervond dat je kan samenwerken met elkaar. In een context met niet te veel regels maar met heel veel onderling respect.’

Er staan vandaag verschillende projecten in de wereld die een initiële broedfase hadden in DOK.

‘Ja, al denk ik dat we dat niet moeten overschatten. Heel wat projecten waren er vast ook gekomen zonder ons. En er zijn ook veel projecten gepasseerd op DOK die intussen niet meer bestaan. Dat is normaal, denk ik. Eerder hecht ik belang aan het momentum dat er is geweest, aan de paden die hebben gekruist dankzij DOK, aan de dialoog die er is geweest. (denkt even na) Weet je wat er volgens mij ook belangrijk is om mee te nemen uit een verhaal als DOK? Dat er in een levende stad en samenleving nood is aan plekken waar niet iedereen met een idee onmiddellijk een creatieve ondernemer moet zijn. Plekken waar je ideeën kan ontwikkelen zonder dat ze meteen moeten worden verbonden aan de markt. Dat is misschien wel het soort van vrijplaats waar we vandaag echt nood aan hebben.’

Als ik je vraag wat je het meest heeft ontroerd op DOK, wat zou dat dan zijn?

‘Wat me het langste zal bijblijven, is de verbondenheid die mensen voelden op DOK. Dan heb ik het vooral over de bewoners en de vrijwilligers. Zij hadden het gevoel dat DOK van hen was. Die loyauteit van zoveel mensen naar DOK toe, dat vond ik erg ontroerend.

Ik zal zelf ook de fysieke plaats die DOK was heel erg missen. Het was een plek waar ik ongedwongen mijzelf kon zijn. En dat gold ook voor zoveel anderen op DOK, merkte ik. Het was echt een plek om te vertoeven. Een plek waar je diepe gesprekken kon voeren met mensen maar waar je net zo goed even kon zwaaien naar iemand en je verbonden kon voelen. (droomt even weg tot er een grote glimlach verschijnt) Ook de feesten waren uniek, natuurlijk. Nergens werd er op zo’n manier gefeest als op DOK. En dan heb ik het niet over drank, drugs en seksuele uitspattingen maar eerder over de uitbundige speelsheid die er heerste. Ook dat mogen we niet vergeten te doen op tijd en stond: uitbundig spelen.’ 

bio

Liesbeth Vlerick is meester in de fotografie maar verloor haar hart aan het organiseren van dingen. Negen jaar lang was ze de coördinator van DOK, werfplek voor verpozing en creatieve maneuvers in Gent. Ze is ook bekend als dj Lizzystar en zit in het dj-collectief Cosy Cozy.

Eva De Groote is maker, moderator en facilitator.
Ze focust op kunst en samenleving, duurzame systemen en persoonlijke revoluties.

Afscheid van DOK op 29 september 2019 (c) Michiel Devijver

Ontdek de verhalen van de Gentse Raconteurs

Heb je zelf een boeiend verhaal over je wijk? Over een markant figuur, een bijzondere plek, een opmerkelijke gebeurtenis?
Deel het op dit platform. Voeg je tekst in, laad een passende foto, video of audiofragment op, duid de wijk aan (adres of locatie) en publiceer. In het aparte tabblad bovenaan vind je een handige handleiding.
Wil je zelf mee op jacht naar interessante verhalen in je wijk en als reporter aansluiten bij de Gentse Raconteurs? Contacteer dan David Slosse, telefonisch op 0475 73 04 64 of via raconteurs@stad.gent